
De kunst van het colaglas bijvullen: waarom de Ronde van Vlaanderen geen klimkoers is
De Ronde van Vlaanderen wordt de laatste jaren steeds vaker een ‘klimkoers’ genoemd. Een race waarin minder struise flandriens uitblinken, maar steeds meer lichtere renners. Met Tadej Pogacar (66 kilo), de Rondewinnaar van 2023, als frappantste voorbeeld. Klopt dat wel?
‘Het Ronde van Vlaanderen-parcours vanaf de tweede beklimming van de Oude Kwaremont kun je bijna vergelijken met een klimkoers. Dat is niet ideaal voor Wout’, zei Mathieu Heijboer, de coach van Wout van Aert, in Het Nieuwsblad.
Jan Bakelants, analist bij HLN, had een andere mening: ‘We moeten stoppen met de Ronde van Vlaanderen te beschouwen als een klimkoers. De explosieve inspanningen bergop duren 45 seconden, maximaal anderhalve minuut.’
Is ‘Vlaanderens Mooiste’ nu wel of geen klimkoers?
Laten we eerst de cijfers belichten. Feit is dat de lichtere types komen bovendrijven in de Ronde van Vlaanderen. In 2013 lag het gemiddelde gewicht van de top 10 op 78,7 kilo. De laatste vijf edities is dat nog verder gedaald: van 75,9 kilo (2020) naar 72,1 (2024). Tadej Pogacar was in 2023 met zijn 66 kilo zelfs de lichtste Rondewinnaar sinds Michele Bartoli in 1996 (65 kilo).
Wat zeggen de gegevens over het parcours? Volgens Velofacts, het socialemediakanaal dat zich specialiseert in het verzamelen van data van renners via Strava, telde de Ronde van Vlaanderen van 2024 2117 hoogtemeters over bijna 271 kilometer, of 7,8 hoogtemeters per kilometer.
Dat is weinig als je het vergelijkt met twee andere monumenten, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije. La Doyenne telde vorig jaar 4348 hoogtemeters, of 16,9 per kilometer. De Klassieker van Dode Bladeren was goed voor 4673 hoogtemeters, of 18,4 per kilometer. Meer dan het dubbele van de Ronde van Vlaanderen dus.
Ook de jongste Strade Bianche overtreft op dat vlak ruim ‘Vlaanderens Mooiste’, met bijna 3900 hoogtemeters over slechts 213 kilometer, of 18,3 hoogtemeters per kilometer. Zelfs de afgelopen E3 Saxo Classic telde per kilometer meer hoogtemeters (10) dan de Ronde (7,8).
Het zwaarste deel begint pas na de helft
We moeten wel een kanttekening maken: de eerste 120 à 130 kilometer van de Ronde van Vlaanderen (afhankelijk van de startlocatie, in Brugge of Antwerpen) zijn veelal vlak. De renners moeten 90 procent van de ruim 2100 hoogtemeters in de laatste 140 à 150 kilometer richting Oudenaarde afwerken.
Het zwaartepunt ligt zelfs tussen kilometer 56 en kilometer 13 van de aankomst. Daarin krijgt het peloton acht korte en langere hellingen voor de wielen, van minder steile tot hele steile (met maximale percentages tot 20 procent en meer op de Koppenberg en Paterberg).
En dus ook een afwisseling van korte en langere inspanningen, meer dan ‘maximaal anderhalve minuut’.
De klimtijden van Pogacar op de Rondehellingen
We nemen er de Strava-gegevens van Tadej Pogacar bij, van de Ronde-editie die hij won in 2023.
Vier hellingen zijn relatief kort qua duur, met die nuance dat het over de tijden van ’s werelds beste renner gaat. Voor het overgrote deel van het peloton gaat het een stukje trager.
Koppenberg: 1 minuut en 51 seconden.
Steenbeekdries: 1 minuut en 14 seconden
Taaienberg: 1 minuut en 31 seconden
Paterberg (twee passages): 1 minuut en 12 en 1 minuut en 14 seconden.
Daarnaast zijn er twee langere beklimmingen: na de Taaienberg volgt in Ronse de Kruisberg/Hotond, een klim van 2,7 kilometer in twee delen. Die helling legde Pogacar in 2023 af in 4 minuten en 31 seconden.
Na de Hotond en de afdaling van de Nieuwe Kwaremont volgt de Oude Kwaremont. Die wordt in de finale ook twee keer beklommen: bij 56 kilometer (voor de eerste Paterberg-klim) en bij 19 kilometer voor de aankomst.
De hele sectie – van helemaal beneden tot helemaal boven, waar de afdaling naar de Paterberg begint – werkte Pogacar in 2023 eerst af in 5 minuten en 24 seconden. Met hulp van zijn ploeggenoten die in het begin vol naar boven reden.
De tweede passage van de Kwaremont ging iets trager, in 5 minuten en 33 seconden. Daar liet de Sloveen in 2023 ook Mathieu van der Poel achter, waarna hij een tweede keer de Paterberg beklom, en vervolgens een tijdrit van 13 kilometer reed op de steenweg naar de finish in Oudenaarde.
Nee, de Ronde van Vlaanderen is geen klimkoers
Kun je op basis van deze gegevens de Ronde, inclusief de acht hellingen voor de finale en in totaal ook zeven kasseistroken, dan omschrijven als een klimkoers? ‘Neen’, zegt Frank Vandewiele, de coach die onlangs samen met de Gentse emeritus hoogleraar Charles Dauwe het boek ‘Wielertraining anno 2025+’ uitbracht.
‘In een échte klimkoers moeten renners een aanhoudende inspanning bergop van minstens 20 minuten leveren. Dat is in de Ronde dus niet het geval.’
‘In een koers van 260 kilometer met 16 hellingen ligt dé sleutel tot winst ergens anders: niet alleen snel een helling opknallen – dat kunnen de meeste toppers – maar vooral de recuperatie ertussen. Als renners vol gas een korte klim opfietsen komen ze in de fast death-zone, zoals professor Dauwe en ik dat in ons boek omschrijven. De energielevering moet dan zo snel gebeuren dat er een beroep wordt gedaan op de anaerobe reserve, die bovendien heel snel wordt uitgeput.’
Die capaciteit is volgens Vandewiele heel klein. ‘Om het simpel voor te stellen: niet meer dan een glaasje cola. Als een renner in de finale zo diep moet gaan dat die reserve slinkt tot 10 procent, kan hij dat in de afdaling mogelijk weer opkrikken tot 40 procent, maar zal hij op een volgende helling tekortschieten.’
‘Zeker tegenover een renner die zijn batterij wel weer voldoende heeft kunnen opladen, omdat hij – ondanks een intense inspanning – minder diep is moeten gaan. Die inspanningen goed kunnen beheren is cruciaal. Je moet dus een voldoende grote colafles hebben om je colaglas na elke helling weer bij te vullen.’
Witte versus rode spiervezels
Een van de factoren die daarin een rol spelen zijn de rode en witte spiervezels. ‘Hoe meer witte spiervezels je hebt, hoe explosiever je bent. Hoe meer rode vezels, hoe meer je een klimmer bent die inspanningen tot 40 à 50 minuten kan aanhouden.’
‘Je mag ervan uitgaan dat Van der Poel meer witte spiervezels heeft, en dus in frisse toestand een kortere helling sneller kan opknallen dan Pogacar. Die is ook explosief, maar heeft allicht iets meer rode spiervezels, waardoor hij wel sneller recupereert tussen de hellingen.’
The legendary attack of Tadej Pogacar on Kwaremont was one of the most savage I’ve ever seen. 🚀 Not even MVDP on his terrain (steep, cobbled hill) could do anything about it. Check how Pogi’s back wheel slipped due to all that power!
— Mihai Simion (@faustocoppi60) April 2, 2023
📽️ @victfres #RVV23pic.twitter.com/zb7X4kpga2
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
‘De grote kracht van Pogacar is dat hij heel lang een hoog wattage kan duwen – naar verluidt 320 à 340 watt – in de vetverbrandingszone of zone 2, waarin je ongeveer evenveel suikers als vetten verbruikt. Hij moet zich dus amper vermoeien voor de echte finale begint.’
‘Zijn witte spiervezels zijn nog niet belast en zo heeft Pogacar overschot om ook de laatste hellingen omhoog te schieten. Als het om langere klimmen gaat, zoals de Oude Kwaremont, kan hij zelfs een topper als Van der Poel eraf rijden, zoals in 2023.’
Waarom Van der Poel nu minder vlug ‘doodgaat’
Vandewiele vermoedt dat dat komende zondag moeilijker zal lukken. ‘Het lijkt erop dat Van der Poel zijn basis sinds 2023 nog een stuk heeft uitgebouwd. Zo kan hij langer onder de recovery threshold blijven, de drempel waarboven de uitputting van de anaerobe reserve begint. Met als resultaat dat Van der Poel zijn explosiviteit tot dieper in de finale behoudt. In dat geval zal Pogacar hem zelfs op de Kwaremont niet kunnen lossen. En dan heeft hij een probleem, want als hij met Van der Poel naar de finish rijdt, is hij kansloos in de sprint – zoals in Milaan-Sanremo.’
I had high hopes for the final sprint but Mathieu just buried them, starting from far with 250m to go. 💥Normally, the distance would have been good for Pippo and Pogi but they were cooked, they never caught his wheel. The strongest.#MilanoSanremo pic.twitter.com/QvdsAgSkSp
— Mihai Simion (@faustocoppi60) March 22, 2025
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Pogacar kan volgens Vandewiele dus slechts op één manier winnen. ‘Zijn ploeg eerst de hellingen zo rap mogelijk laten oprijden en dan zelf vroeg genoeg bergop versnellen, desnoods al voor de tweede passage van de Kwaremont. Pogacar zal ook in de tussenstukken het tempo zo hoog moeten kunnen houden, dat hij wél voldoende kan recupereren (ruim onder de recovery threshold) en Van der Poel minder. Met als doel om Van der Poel zo af te matten dat hij in de finale toch kraakt.’
‘Van der Poel mag dan niet in zijn wiel blijven plakken, want dan verbruikt Pogacar op kop meer energie. Van der Poel is zo eergierig dat hij allicht zal meewerken, maar mag niet in de val trappen om er een té lang man-tegen-mangevecht van te maken.’
74 kilo tegenover 66 kilo: speelt dat een rol?
Kan het hogere gewicht van Mathieu van der Poel (naar schatting zo’n 8 kilo, 74 tegenover 66) in zijn nadeel spelen ten opzichte van Tadej Pogacar? En is dat nadeel nog groter voor de zwaardere Wout van Aert (78 kilo)? De theorie luidt dat de zwaardere types in een koers met herhaaldelijke, heel intensieve inspanningen meer suikers verbranden dan een lichtgewicht als Pogacar – en zo, diep in de finale, tekortschieten.
‘Gewicht kan in Luik-Bastenaken-Luik of de Ronde van Lombardije, met meer dan 4000 hoogtemeters, een rol spelen, maar in de Ronde minder’, zegt Vandewiele. ‘Als je meer spieren hebt, kun je vooraf ook meer suikers opslaan, en heb je een grotere reserve. In de Ronde is de invloed van het uithoudingssysteem en de verdeling witte en rode spiervezels op het recuperatievermogen belangrijker. Of wie dus het best zo lang mogelijk zijn colaglas kan blijven bijvullen.’
De uitzonderlijke voorbereiding van Tadej Pogacar op de Ronde van Vlaanderen
Aanvankelijk stonden de E3 Saxo Classic en Gent-Wevelgem op Pogacars programma. Die schrapte hij toen hij besliste om ook Parijs-Roubaix te rijden. Zo start hij komende zondag in Brugge met nul competitiekilometers op Vlaamse bodem in 2025.
Dat is uitzonderlijk voor een topfavoriet. Meer zelfs: het is van de jaren zestig geleden dat een renner ‘Vlaanderens Mooiste’ won zonder dat hij vooraf een koers op Vlaamse kasseien en hellingen had gereden.
De laatste was de Duitser Rudi Altig, in 1964. Hij nam toen deel aan de Ruta del Sol, Parijs-Nice, Milaan-Sanremo en Parijs-Camembert. Drie jaar eerder werkte ook de Brit Tom Simpson een apart programma af voor zijn overwinning in de Ronde: Parijs-Nice, Milaan-Sanremo en Menton-Rome.
Ook opmerkelijk is dat Pogacar geen Parijs-Nice of Tirreno-Adriatico op zijn competitiemenu zette. De laatste 40 jaar won slechts één renner de Ronde van Vlaanderen zonder dat hij in een van die twee rittenkoersen was gestart. Zijn naam: Mathieu van der Poel, in 2022. Toen reed hij alleen de kleine Italiaanse rittenkoers Coppi è Bartali, naast Milaan-Sanremo en Dwars door Vlaanderen.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier