Medicatie in het wielerpeloton: ‘Renners van vijftien jaar die al pijnstillers slikken, dat is hallucinant’

© Getty
Jonas Creteur
Jonas Creteur Sportredacteur bij Knack.

Dat wielrenners minder dan vroeger doping gebruiken is een feit. Keerzijde is dat een deel van het peloton, ook bij de jeugd, zich nu wendt tot een cocktail van pijnstillers en supplementen. Toegelaten, maar sportarts Tom Teulingkx (50) waarschuwt voor excessen: ‘Gezonde topatleten horen geen medicijnen te nemen.’

In een interview met Eurosport sprak Romain Bardet afgelopen november uitgebreid over dopinggebruik in het peloton. Dat is volgens hem gedaald in vergelijking met tien of twintig jaar geleden. Hij wilde echter ook niet naïef zijn: ‘Mensen in dit milieu zullen altijd ongeoorloofde voordelen nastreven.’

Bardet merkte zelfs op dat het wielrennen er in zekere zin slechter voorstaat dan toen hij in 2012 prof werd. Niet wat betreft ‘harde’ doping, wel op vlak van medicatie en supplementen. De Fransman ging er niet verder op in, maar de ‘overmedicalisering’ is wel een feit. Toch willen heel weinig renners erover praten, ook niet off the record.

Tom Teulingkx, lid van de medische cel bij de Belgische wielerbond en voorzitter van de Vereniging voor Sport- en Keuringsartsen, bevestigt dat er een probleem is. ‘De dopingmiddelen van vroeger, zoals epo en testosteron, worden veel minder gebruikt. Misschien in minimale dosissen, maar de detectiemethodes zijn nu zo precies dat je daar nog moeilijk mee wegkomt’, legt hij uit.

‘Dus zoeken sommige renners naar prestatiebevorderende effecten via een mix van medicijnen en suppletie. Als arts kunnen we misbruik niet controleren, want die middelen staan niet op de dopinglijst en zijn vrij te verkrijgen. Maar als je zonder medische kennis zulke ‘grijzezoneproducten’ in hoge dosissen gebruikt, zet je je gezondheid op het spel.’

Bij sommige dokters van de oudere generatie staat het ethisch kompas nog altijd fout gericht.

Negeren ze dat of weten ze het niet?

Tom Teulingkx: Kinderen nemen het in een suppo of een siroop, dus kan het geen kwaad, denken velen. Degenen die de risico’s wél kennen, vragen zich niet af: ‘Wil ik na mijn carrière nog gezond zijn? Wil ik dan nog organen die normaal functioneren?’ Neen, ze willen presteren. Dus focussen ze alleen op de volgende race, waarin ze zullen afzien. En dan nemen ze pillen die de pijn verzachten, of waarvan ze hopen dat ze daardoor een halve procent rapper zullen rijden.

Je kunt hen er moeilijk van overtuigen dat dat niet zo is. Op het lijstje met medicatie en supplementen van sommige renners kan ik zelfs drie vierde schrappen. Door de mix werken ze elkaar tegen en versléchteren ze de prestatie.

Een lichaam is geen elektriciteitskast waarin je één zekering kunt aan of- uitschakelen. Elk medicament heeft bijwerkingen. Die kunnen, bij een zeer grote inname, nefaster zijn dan het positief effect van het middel. Om die te verhelpen nemen renners een ander product, dat óók negatieve bijwerkingen heeft. Zo krijg je een cascade-effect waarbij ze tot tien of meer pillen per dag slikken.

© Belga

Wie zet hen daartoe aan?

Teulingkx: Ze zoeken het op het internet zelf op. Of het wordt hun aangereikt door begeleiders, verzorgers en zelfs artsen. Gelukkig zijn veel van mijn jonge collega’s strenger, maar bij sommige dokters van de oudere generatie staat het ethisch kompas nog altijd fout gericht. Hun verantwoordelijkheid is verpletterend.

Bepaalde artsen laten door apothekers pillen of de zogenaamde ‘finale kokertjes’ bereiden. Een ‘wonderproduct’ met een mooi kleurtje waarmee je, beweren ze, het verschil kunt maken. Geen doping, maar de renner riskeert wel een positieve test. Bij die magistrale bereidingen kan er in de vijzel immers contaminatie met dopingproducten ontstaan. Artsen of andere mensen die dat aanraden, hebben geen plaats in de sport.

Hoe wijdverspreid is de medicalisering?

Teulingkx: We mogen het niet té veel uitvergroten. Het is geen probleem in alleen het wielrennen en het gaat niet over het hele peloton. Bij de toppers zie ik zelfs geen probleem. Het zit veeleer bij de lagen daaronder en nog meer bij de elite zonder contract. Verontrustender is dat nieuwelingen en junioren te vroeg met medicatie en supplementen beginnen. Studies geven aan dat wie daar op jonge leeftijd mee begint, later sneller de stap naar doping zet.

Hoe ver gaan die jongere renners?

Teulingkx: In het verleden vroeg ik een lijst van wat ze namen. Dat was zo veel dat ik hun nu vraag om alle doosjes te fotograferen – dan zie ik ook meteen welke merken ze gebruiken. Dat is soms hallucinant. Renners van vijftien, zestien jaar die al pijnstillers slikken, tot drie verschillende ijzersupplementen nemen, plus cafeïne, plus vitamine C, zink en selenium om hun immuniteit te boosten. Nochtans bestaat er geen wetenschappelijk bewijs dat je door die antioxidanten sneller kunt fietsen. In te hoge dosissen zijn ze zelfs kankerverwekkend. Met drie stukken fruit per dag heb je al voldoende.Het enige wat jonge renners moeten doen is gezond eten, genoeg slapen en trainen, maar niet té veel. Pas later, vanaf de beloften, kunnen ze zich onder strikte supervisie van een sportarts wenden tot nuttige supplementen. En die zijn beperkt: ik kan ze op mijn twee handen tellen en ik zal nog vingers over hebben.

Welke zijn nuttig?

Teulingkx: Natriumbicarbonaat, bakpoeder dus. Dat verbetert de prestaties vanaf inspanningen van twintig seconden. Het is een onschuldig product dat weinig kwaad doet. Zoals ook beta-alanine, creatine, kersensap en zelfs de veelbesproken ketonen, die nu vooral dienen om beter te recupereren. Mouvement Pour un Cyclisme Crédible wil die verbannen, maar er is geen enkel bewijs dat ketonen schadelijk zijn voor de gezondheid. Als je die gaat verbieden, moet je ook energiegelletjes op de dopinglijst zetten. Renners zullen trouwens geen overdosis nemen, want ketonen zijn veel te duur. Een non-discussie dus.

Een auto die op zijn maximale toerental rijdt, zal ook niet rapper bollen als je er meer benzine in giet.

Cafeïne, in gelletjes, capsules of kauwgum, is ook prestatiebevorderend, zo blijkt uit veel studies.

Teulingkx: Klopt. Cafeïne geeft je meer alertheid, en een boost waardoor je nog meer door de muur kunt gaan. Daarnaast stimuleert het de vetverbranding, waardoor je minder koolhydraten verbruikt en je energie kunt sparen. Het helpt zeker, in de juiste dosissen.

Bepaalde renners zouden tot één gram cafeïne per klassieker innemen. Is dat meer dan een juiste dosis?

Teulingkx: Drie tot zes milligram per kilo lichaamsgewicht wordt aangeraden. Voor een renner van goed 70 kilo kom je aan ongeveer 500 milligram. Eén gram, 1000 milligram, is dus zeer veel. Te vergelijken met zo’n zeventien koppen koffie van elk 60 milligram. Elk lichaam reageert wel anders op veel cafeïne. Bij sommige mensen heeft het geen effect: die drinken twintig koppen per dag en slapen meteen in. Topsporters zijn doorgaans wel responders, maar kunnen bij grote dosissen last krijgen van oververhitting, dehydratatie en vooral hartkloppingen en hartritmestoornissen – voetballer Toby Alderweireld kreeg zelfs paniekaanvallen.

Het meest voorkomende probleem is slapeloosheid, omdat cafeïne vaak laat op de middag, of in het pistewielrennen ’s avonds, genomen wordt, en negen tot tien uur kan doorwerken. Na een eendagskoers is dat minder een zorg. In een grote ronde wel. Voldoende nachtrust is daarin cruciaal, maar cafeïne en soms weinig ideale slaapomstandigheden belemmeren dat. Oplossing: slaappillen zoals Stilnoct. Daar raak je echter makkelijk aan verslaafd. Veel renners, zoals Frank Vandenbroucke, zijn eraan ten onder gegaan. De Vereniging van Sport- en Keuringsartsen ijvert daarom al langer om producten met een zeer hoge dosis cafeïne te verbieden bij minderjarigen.

Ook paracetamol is populair. Welk nut en welke bijwerkingen heeft dat?

Teulingkx: Wij gebruiken het ook bij de Belgische wielerbond, in veilige dosissen van één gram. Dan helpt het als pijnstiller en kan het mogelijk ook oververhitting voorkomen – renners nemen dat vaak op zeer hete dagen. Paracetamol is echter geen onschuldig product. Met tien gram Dafalgan kun je zelfmoord plegen. De lever kan het zelfs bij een eenmalige zeer hoge dosis begeven.

Tom Teulingkx © Belga

Wat is het verschil met ontstekingsremmers?

Teulingkx: Paracetamol vermindert de pijnsymptomen, terwijl ontstekingsremmers daarnaast ook letterlijk een ontsteking afremmen. Als je lichaam na zes uur koersen pijn doet, is het verleidelijk om dat te nemen. In het voetbal, een harde contactsport, zijn die pijnstillers zelfs nog meer schering en inslag.

Een overdosis paracetamol is op korte termijn veel gevaarlijker: in het ziekenhuis zullen ze de maag van patiënten die dat hebben genomen direct leegpompen. Ontstekingsremmers kunnen naast maagklachten – in het ergste geval maagzweren of -bloedingen – vooral op langere termijn het hart en de nieren beschadigen. Plotse sterfgevallen werden daar al aan gelinkt. Ontstekingsremmers zijn, ironisch genoeg, zelfs contraproductief. Een ontsteking is namelijk een natuurlijke reactie om een letsel te herstellen. Dat tegengaan vertraagt de genezing.

Een middel als Ibuprofen is nochtans gemeengoed in het peloton.

Teulingkx: Ik zie zelfs ouders dat medicament te pas en te onpas aan hun sportende kinderen geven, in een siroop. Ibuprofen kán nuttig zijn bij een zware ontsteking, maar alleen als de renner de trainingsbelasting afbouwt én een dokter dat adviseert. Daarom pleit ik ervoor om Ibuprofen alleen via medisch voorschrift verkrijgbaar te maken. Dat is nu het geval voor 600 milligram, niet voor 400 milligram. Van die breekbare tabletten maak je echter makkelijker 600 milligram. Die regel heeft dus weinig zin.

Met Tramadol namen renners in het verleden een nog zwaardere pijnstiller. Tot die op de monitoringlist van de UCI kwam en sinds begin 2024 ook op de officiële dopinglijst.

Teulingkx: Terecht, want dat is straf spul. Het werkt in op het centraal zenuwstelsel en onderdrukt de pijnreceptoren in onze hersenen. Maar Tramadol vermindert ook je alertheid, bewustzijn en reactievermogen. Sommige mensen kunnen amper nog rechtstaan als ze dat nemen. Mogelijk heeft het gebruik van Tramadol in het wielrennen vroeger ook valpartijen veroorzaakt. Het werd al lang gebruikt, zelfs bij de jeugd. Ik was in 2009 als dokter mee met de Belgische ploeg op het WK voor junioren in Moskou, toen Jasper Stuyven won. Op het parcours zag ik er meerdere lege verpakkingen van Tramadol. En die waren niet van de Belgische bond…

Mogelijk heeft het gebruik van Tramadol in het wielrennen vroeger al valpartijen veroorzaakt.

Voor de jongste Tour de France raakte bekend dat het Wereldantidopingagentschap (WADA) ook Tapentadol op de monitoringlijst heeft gezet. Volgens Peter Van Eenoo, hoofd van het dopinglab in Gent, komt het wel amper voor in de dopingstalen.

Teulingkx: Maar goed ook, want het behoort tot de opioïden, verdovende middelen die net onder morfine geklasseerd worden. Het wordt alleen gebruikt voor zware pijnstilling, bij kankerpatiënten bijvoorbeeld. Absoluut te mijden dus in een peloton. Je hebt, officieel dan toch, ook een voorschrift nodig om Palexia, de merknaam, te kunnen kopen. Ik hoop dat artsen dat niet voorschrijven aan renners.

Ook op de monitoringlijst: Ozempic, het ‘wondermiddel’ om te vermageren. Dat treft het dopinglabo in Gent wel meer aan.

Teulingkx: Ja, we weten zeker dat het genomen wordt. De bijwerkingen op langere termijn voor gezonde atleten zijn nochtans nog niet goed bekend. Wattage per kilo is tegenwoordig echter de heilige graal voor renners. Dan gaan sommigen ver om de laatste kilo kwijt te raken. Zij, en ook mensen die vlug willen afvallen, zoeken zo hun toevlucht tot een medicament dat bedoeld is voor diabetici. Die kunnen deze voor hen levensbelangrijke middelen daardoor amper nog kopen.

Ook het gebruik van het ontstekingsremmende cortisone is aan banden gelegd. Een goede zaak?

Teulingkx: Absoluut, want dat heeft bij langdurig overdreven gebruik nog meer nefaste bijwerkingen. In de jaren 80, 90 en 2000 was cortisone gemeengoed. Je zag vaak renners één of twee keer schitteren, dankzij het zeer krachtige effect, maar dan volledig wegdeemsteren. Daarna zijn renners overgeschakeld naar minder zware ontstekingsremmers, omdat cortisone via systemisch gebruik – oraal, intramusculair of intraveneus – verboden werd. Er waren wel nog achterpoortjes via lokale inspuitingen, met injecties in gewrichten of pezen, maar die zijn sinds 2022 gesloten. Daarvoor moet je nu een grondig gemotiveerd uitzonderingsattest aanvragen. Bovendien geldt er een competitieverbod van acht dagen. Niet ideaal als je wilt valsspelen.

© Belga

Sommige renners zouden in de finale van een koers medicatie nemen die bedoeld is voor hartpatiënten.

Teulingkx: Dat kan. Ik vermoed dat het over Cedocard gaat, een product dat de bloedvaten openzet en de bloedstroming bevordert. Je kunt het vergelijken met Viagra. Hartpatiënten hebben dat altijd bij zich. Als ze een hartinfarct krijgen of voelen aankomen, moeten ze dat nemen. Maar zoals elk geneesmiddel heeft ook dit product mogelijk gevaarlijke bijwerkingen. Omdat het ook bloedvaten openzet in de hersenen, kun je gigantische hoofdpijn en een bloeddrukval krijgen en het bewustzijn verliezen. Ook dat hoort niet thuis in een peloton.

Zulke middelen zouden dienen om het hartminuutvolume te verhogen. Wat is dat en in welke mate is het prestatiebevorderend?

Teulingkx: Hartminuutvolume is de hoeveelheid bloed die het hart per minuut wegpompt, bepaald door het slagvolume – de hoeveelheid die in één keer wordt verwerkt – en de hartslag. Hoe hoger dat hartminuutvolume, hoe meer zuurstof je naar de spieren kunt brengen. Voor een topsporter ligt dat volume sowieso hoger, omdat die een sporthart heeft, een grotere pomp dus. Bij gezonde topatleten hebben die producten, zoals ook Meldonium (waar tot 2016 veel Russische sporters op werden betrapt, nvdr) of Fenylefrine, echter heel weinig effect. Zij kunnen het hartminuutvolume amper verhogen, want dat zit al tegen de limiet. Hematocriet is bijvoorbeeld anders: dat kun je door epo wel boosten, ook al heb je van nature een hoge waarde.

Zijn de veelgebruikte astmapuffers ook weinig efficiënt?

Teulingkx: Ja. Veel te veel renners gebruiken ze, terwijl die puffers niet werken als je geen astma of inspanningsastma hebt. Je kunt de luchtwegen niet meer verwijden als ze al helemaal openstaan. Een auto die op zijn maximale toerental rijdt, zal ook niet rapper bollen als je er meer benzine in giet. Salbutamol, de werkzame stof van het medicijn Ventolin, mág je zelfs tot een bepaalde limiet nemen, want in normale dosissen bevordert het de prestaties niet. Alleen als je, bij wijze van spreken, een fles siroop naar binnen giet, krijg je een spierversterkend effect. Als wielrenner heb je wel een verhoogde kans op inspanningsastma, door de maximale inspanningen, of door fietsen in koude temperaturen. Dan kan Ventolin helpen, al moet je ook dan een uitgebreid onderzoek laten uitvoeren. Maar ook voor dat middel geldt dezelfde conclusie: medicatie voor zieke mensen horen gezonde topatleten niet te nemen.

Bio Tom Teulingkx

Voorzitter van de vereniging voor Sport- en Keuringsartsen (SKA)

Lid Medische cel Belgian Cycling en Cycling Vlaanderen (medisch coördinator nationaal piste- en mountainbiketeam)

Coördinator medische commissie module medische afwijking van Voetbal Vlaanderen en de KBVB

Zaakvoerder Sportlab@work in Westerlo

Somatische arts divisies Jongeren en Volwassenen Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.

Schreef met wetenschapsauteur Marc Geenen in 2018 het boek Sportouders. Alles wat ouders van sportende kinderen moeten weten en in 2024 Biefstuk in de broek. 42 mythes in de sport

Partner Content