
‘OM TE WETEN HOE HET OP ZOLDER IS, MOET JE OOK DE KELDER ZIEN’
Een kennismaking met de andere kant van de nieuwe technisch directeur van de KBVB, die in het voetbal al nagenoeg alle jobs had die je maar kunt indenken: van lesgever via technisch directeur tot trainer en assistent.
In een hoek van een buitenwijk van Lokeren ligt het aards paradijs. Een oude hoeve (annex serres, want dit is de streek van de bloemisten) werd er met veel geduld verbouwd tot een smaakvol geheel. Een van de twee serres werd aangekleed met recuperatiemateriaal en doet nu dienst als ruimte waar gekookt en gefeest kan worden. De zwemvijver nodigt uit tot afkoelen. Op de achtergrond mekkeren geiten, in de verte hinnikt een paard en ligt het hout van knotwilgen klaar voor verwerking. Hier komt Chris Van Puyvelde tot rust. Van Puyvelde, 56 inmiddels, heeft in het voetbal zowat alles gedaan en werkt nu in de hectiek van het glazen huis in Brussel bij de KBVB. ’s Avonds vindt hij hier rust of entertaint hij bezoek.
Is er een rode draad te bespeuren in je leven vol steeds veranderende functies?
CHRIS VAN PUYVELDE: ‘Passie en met alle soorten mensen kunnen omgaan. De buren hier zijn landbouwers van respectievelijk 75 en 76, die nog altijd bezig zijn. Eentje kan lezen noch schrijven. Ze werden in de buurt wat raar bekeken, maar het zijn fantastische mensen en uiteindelijk zijn het vrienden geworden. Aan de andere kant woont iemand die ik al ken sinds mijn vijfde. Iedereen is hier welkom, maar tegelijk is het hier voor mij ook een rustpunt. De energie die ik hier opdoe, in een andere context, probeer ik elders af te stralen. Veel van mijn ex-collega’s willen op mijn leeftijd met pensioen, ik niet. Van opleiding ben ik regent Nederlands-Geschiedenis, ik heb nog lesgegeven, in Oostakker, aan het hoger beroeps. Ik was 22, 23 en ze hadden problemen met die klas. Een van mijn leerlingen was een boerenzoon, Moens, de Moene. Hij moest alle dagen vroeg op en zei rechtuit: ‘Meester, maak me wakker als het interessant wordt.’ Dat vond ik een mooie uitdaging: maak dat hij niet slaapt. Ik gaf eens voetbal, speelde wat gitaar… Ik gaf PAV, project algemene vakken. Dat was nieuw, je kon dat zo ruim invullen als je zelf wilde. We hadden toen de Golfoorlog, die jongens kenden geen Engels en konden niet zo goed schrijven, maar voor het stukje actualiteit kregen we hen zo ver dat ze naar de BBC keken en een schoolkrantje maakten. Mensen uitdagen, een mooie omgeving creëren waar mensen zichzelf kunnen ontwikkelen: eigenlijk is voetbal net hetzelfde. Trainers zeggen altijd: ik heb die of die beter gemaakt. De topsportschool in Antwerpen: heel veel kleur in die groep, dat multiculturele. Ook die mannen kon je uitdagen. Je gaf ze ’s morgens wat kegeltjes en wierp ze de vraag voor: doe maar eens iets, op een smal terrein. Dat uit zichzelf laten komen en hen van daaruit begeleiden, vragen laten stellen, antwoorden aanreiken…’
Trond Sollied, van wie je lang de assistent was, had ook een onderwijsdiploma. Helpt een pedagogische achtergrond?
VAN PUYVELDE: ‘Ik denk het wel. Ik kom uit een heel streng katholiek gezin, mijn vader stond 42 jaar in het onderwijs. Ik was de zoon van de meester, maar tegelijk ook de rebel. Het was een stuk afzetten tegen alles. Toen ik tien was, moest ik voorlezen in de mis, voor toen nog een volle kerk. Dat zijn dingen die je nooit vergeet, waar je toen kwaad voor was, maar die me nu helpen wanneer ik een clinic moet geven en een volle zaal moet toespreken. Mijn pa regisseerde ook toneel, was bezig met muziek, was voetbalminded… Dat ik met veel dingen tegelijk bezig ben, is geen toeval. Het probleem was: wat ik ook uitstak, hij kwam het altijd te weten. Hij was heel streng, zeker op schrift. Op een dag hing hij buiten een waarschuwingsbordje: ‘pas geverfd’. Ik zette daar dan een t achter. Mensen kwamen vervolgens aanbellen om zijn fout te signaleren. Dat soort dingen. Naast ons was een wijk met sociale woningen. In die mix groeide ik op. De grote droom van mijn pa was dat ik ook meester zou worden, maar mijn droom was voetbal. Het werd een mengeling van de twee, Heizelschool, topsportschool…’
Heb je zelf een voetbalachtergrond?
VAN PUYVELDE: ‘Bij Racing Wetteren, vierde klasse. Voor dat niveau kon ik goed voetballen, maar eigenlijk interesseerde me meer het trainerschap. Dat was mijn grote droom.’
DJEMBE
Je hebt op amateurniveau getraind, in tweede klasse, maar ook aan de top, bij Club Brugge en Olympiacos. Waar kon je het best je ei kwijt?
VAN PUYVELDE: ‘Overal, ik kan mijn ei nogal makkelijk kwijt. Ik heb graag een stratierkantje, vind het een uitdaging om met die mannen aan de slag te gaan, maar het makkelijkste is werken met toptalenten binnen een goeie structuur. Ik noem dan altijd Timmy Simons. Je kwam uit het vliegtuig, moest uitlopen en dat is niet het leukste, maar hij zette zich vooraan en we waren weg. We hadden niet de grootste talenten, maar wel één groot talent samen: willen winnen. Dat typeert alle groten: willen winnen, in alles wat ze doen. Rivaldo wilde ook altijd winnen. Yaya Touré heb ik nog gekend bij Olympiacos. Ik heb indertijd, toen hij bij Beveren speelde, bij Antoine Vanhove nog aangedrongen om hem te nemen. Alleen: Timmy was er, je voelde snel dat ze niet wilden. Trond Sollied was bij Olympiacos een enorme inspirator. Meer dan 70 Europese matchen, titels, zes bekers, bekerzeges in drie verschillende landen. Emiel, mijn jongste, is zeer fier dat op zijn paspoort staat: geboren in Athene. De nationaliteit heeft hij niet, dat hebben we geweigerd. Anders moet hij later naar het leger. Maar die tijd bij Olympiacos steekt er toch boven uit. Ik heb er gedichten rond geschreven. De mama van mijn vrouw Tina is kalligrafe en die heeft daar dan een werk rond gemaakt. Met de gitaar heb ik dat ook: ik kan die nemen en binnen de minuut een liedje schrijven. Vorig weekend logeerde hier iemand uit Afrika, George Lamptey, een van de eerste Ghanese voetballers die naar de VS trokken. Hij speelde daar samen met Pelé, Beckenbauer, Chinaglia. Als je in Ghana landt, hangt in de luchthaven een grote foto van hem. King George. Hij nam de djembe, ik de gitaar, Emiel zijn trombone en we improviseerden. Schitterend. Ooit nam ik in China tijdens een clinic de gitaar en in een mum van tijd stond alles op zijn kop. Dat moet kunnen. Die mensen hebben misschien nooit het gevoel gehad dat een trainer hen ook graag zag. Ik geloof dat je als trainer je spelers graag moet zien.
‘Door vier jaar in het buitenland te wonen, in Heerenveen en Athene, heb ik ook een ander idee gekregen over België. Ik vind dat wij een prachtig land hebben. Als je van de kust naar de Ardennen rijdt, kom je alles tegen. Wij zijn als volk zeer flexibel en kunnen ons krachtig aanpassen.’
Waardoor we niet altijd rechtuit zijn en ook niet altijd die winnaarscultuur hebben.
VAN PUYVELDE: ‘Dat rechtuit zijn leer je wel snel in Nederland. En fierheid mogen wij ook hebben, vind ik. Ik merk nu, als ik clinics geef in het buitenland, hoe mensen opkijken naar België. Wij hebben een topproduct. Nederland is blijven vasthangen in een voetbal met buitenspelers die tegen de lijn hun actie maken. Ik zie dat in alle toernooien die ik bijwoonde, in Chili, Azerbeidzjan, Bulgarije… Ik heb hen dat vandaag nog gezegd. Trond was zijn tijd daarin vooruit, die speelde ook met drie spitsen, maar die kwamen wel op alle posities. Dat mis ik bij Nederland. Zij voetballen vanuit een rigiditeit, buitenspelers, aanvallen, weinig aandacht voor de verdediging. Dat kunnen wij beter.’
LIVERPOOL
Je hebt in je carrière soms vreemde keuzes gemaakt. Naar FC Brussels gaan, bijvoorbeeld.
VAN PUYVELDE: ‘Toen dacht ik: Chris, wat heb je nu uitgestoken? Maar om te weten hoe het is op zolder, moet je ook weten wat het is in de kelder. Ik raad dat elke trainer aan.’
Was Beerschot niet de kelder?
VAN PUYVELDE: ‘Neen. Ik was toen wel ontzettend zwaar ontgoocheld, omdat je daar iets had opgebouwd waar ontzettend veel toekomst in zat. We hadden een getékende (beklemtoont) overeenkomst met Liverpool en twee dagen voor de eerste spelers zouden arriveren, blies Patrick Vanoppen het af. Ik zag er een echte uitdaging in: Liverpool een havenstad, Antwerpen ook en ik wilde er Sjanghai ook bij betrekken. Tournament of Ports, bekendheid naar het oosten toe. Ik herinner me nog altijd hoe Damien Comolli naar Beerschot-Anderlecht kwam kijken en Milan Jovanovic hem kruiste. ‘Wat komt die hier doen?’, vroeg Jova. Dag en nacht had ik voor dat akkoord gewerkt. Dat was de eerste keer dat ik me afvroeg: waar zijn we mee bezig in België? We hadden een goeie ploeg die vierde stond en Liverpool betaalde alles.’
Over naar je huidige job van TD. Welke analyse maakte jij van het voorbije EK?
VAN PUYVELDE: ‘Het EK was voor mij het bewijs dat je met een strakke organisatie in een toernooi veel kunt bereiken. De killersmentaliteit op het juiste moment. Ik ken de Portugese bondscoach uit zijn tijd in Griekenland, die was daar ook altijd zeer georganiseerd. Is dat het voetbal dat ik graag zie? Neen. Maar de lof voor Antonio Conte en co is wel terecht, omdat het werkte. De vraag die je je moet stellen is: is een ploeg een verzameling van de beste voetballers of is een ploeg een ploeg?’
Door welk soort voetbal ben jij beïnvloed?
VAN PUYVELDE: ‘Trond was iemand die de dingen voorzag. Opposite moves in het middenveld, blind runs. Het Spaanse voetbal vind ik fantastisch, maar zoals Roberto Martínez ook denkt: in combinatie met het Engelse voetbal. Die intensiteit. Het voetbal is zo geëvolueerd dat je een perfecte techniek moet hebben, maar ook dat er heel veel verticaliteit in je spel moet zitten. Heel snel zijn in de omschakeling. Niet vanuit een bepaald systeem spelen, maar vanuit bepaalde afspraken. Een systeem past zich aan. Zet drie mensen op één lijn en ze kunnen niet communiceren. Haal er eentje van tussen en je hebt een driehoek waarmee je kunt werken. Driehoeken zijn de basis van alles.’
WINNEN
Wat is de Belgische identiteit?
VAN PUYVELDE: ‘Ik leg in het buitenland altijd uit hoe we zijn veranderd, hoe we de dingen hebben aangepakt. Multiculturaliteit heeft ook een belangrijke rol gespeeld. Les Bleus van 20 jaar geleden. Zoals de maatschappij een smeltkroes is geworden en het voetbal ook, is de nationale ploeg er nu ook een. Alleen moet je ook opleiders vinden die daarmee om kunnen gaan. Wij hebben een basis gelegd die we nu gaan trachten te verbeteren. We gaan ervoor zorgen dat er bij elke nationale ploeg naast een didacticus ook een gemotiveerde ex-prof zit. En daar nog een analist bij. Werken op de moderne manier, met duidelijke analyses. Trainer zijn is een managementfunctie, je doet het niet meer alleen. Met een doel: winnen.’
Ook in de opleiding?
VAN PUYVELDE: ‘Ook. Wij moeten meer aandacht hebben voor agressiviteit. De bal willen winnen, het duel. Niet weglopen uit een discussie. Dat heb ik in het buitenland ook geleerd. Ik zie me daar nog staan, met mijn twee valiesjes onder die eik. Wat brengt dat buitenland? Onzekerheid. Nu ben ik er blij mee, want het gaf me een andere kijk. Ik vind het fantastisch dat al die Belgen naar het buitenland vertrekken. Alleen vind ik het niet goed dat die jonge jongens zo vroeg gaan. Genoeg studies tonen aan dat het veel beter is voor een jonge voetballer om eerst door te groeien in de eigen competitie. De gemiddelde leeftijd in de Serie A is 27. Kom daar maar aan op je vijftiende.’
Ajax en Lille hebben anderzijds wel goed werk geleverd met die Belgische jongeren.
VAN PUYVELDE: ‘Klopt. In het voetbal vind je op alles wat je beweert uitzonderingen. Maar toen was bij ons in de opleiding de euro nog niet gevallen. Intussen is daar wel aan gewerkt, nu staan we veel stappen verder. Die fierheid moeten we nu uitdragen. Met multiculturele opleiders, om de hardware te veranderen. Le pot belge, maar dan in de positieve zin van het woord.’ (lacht)
Mensen die gewoon zijn met jongeren in Brussel, Luik of Antwerpen te werken?
VAN PUYVELDE: ‘Bijvoorbeeld. Ik vind dat we nu te veel spelers creëren die in de bal komen. De bal, een circusnummer en het is voorbij. In het begin is dat goed, maar daarna moet er nog wat extra bij. Daarom moet de multimove, breed motorisch ontwikkelen, heel veel aandacht krijgen. Niet alleen met voetbal bezig zijn, maar ook eens zaalvoetbal, speelvoetbalscholen, nieuwe terreintjes, five-a-side fields met lichten… Ik heb al een gesprek gehad met Alexander De Croo om voetbal en ontwikkelingssamenwerking te integreren. Wij moeten mee kunnen op handelsmissies, Tubeke moet ons center of excellence worden, ons laboratorium. This is Belgium. Wij gaan ons verkopen, het moet opbrengen. We hebben een prachtig product, dat zo mooi is, dat trainers weten dat ze er iets mee kunnen doen. Dat heb ik gemerkt tijdens de sollicitaties na het EK. Wij zijn onze stempel aan het drukken en daar moeten we ons veel meer bewust van zijn. Ik schrok enorm van de kwaliteit van de mensen die zich aanboden om bondscoach te worden. Van de manier waarop ze onze nationale ploeg bekeken. Vanuit een Belgisch perspectief is dat niet logisch, vanuit een internationaal wel. We hadden echt kwaliteit om uit te kiezen.’
Op welke basis selecteer je dan een winnaar?
VAN PUYVELDE: ‘Generatiemanagement, individuele aanpak, drang naar de perfecte omkadering op de korte termijn en vooral de passie om het te willen doen. Dat topproduct dat we hebben moet met passie maar ook zo professioneel mogelijk worden ontwikkeld. Een garantie dat het straks gaat slagen hebben we niet. Maar we gaan het toch proberen.’
DOOR PETER T’KINT – FOTO’S BELGAIMAGE – CHRISTOPHE KETELS
‘Ik geloof dat je als trainer je spelers graag moet zien.’ CHRIS VAN PUYVELDE