Van weerwolven tot vampieren: hoe hedendaagse monsters menselijk geworden zijn

Hugh Jackman als Wolverine: de hedendaagse variant van de weerwolf. © Marvel Characters, inc. All Rights Reserved. Twentieth Century Film
Dirk Draulans
Dirk Draulans Bioloog en redacteur bij Knack.

De geschiedenis van onze omgang met monsters leest als een lang verhaal van angsten en vooroordelen. Maar er is goed nieuws: hedendaagse monsters hebben een make-over gekregen.

Het klimaat in de Roemeense regio Transsylvanië was in de 16e eeuw veel grilliger dan in de rest van Europa. Op tientallen snikhete zomers met grote oogstproblemen volgden kletsnatte periodes met zware overstromingen. Die klimaatproblemen leidden mogelijk ook tot een hausse aan monsterverhalen en gaven de regio een ‘interessante’ reputatie.

Het mag dus niet verbazen dat de Ierse schrijver Bram Stoker zijn in 1897 verschenen horrorroman Dracula in Transsylvanië situeerde. Dracula zelf was waarschijnlijk losjes gebaseerd op de historische 15e-eeuwse lokale graaf Vlad ‘de spietser’, die als extreem bloeddorstig werd omschreven.

De mens heeft in zijn geschiedenis altijd naar zondebokken gezocht voor de catastrofes die hem troffen en het leed dat hem werd aangedaan. De Minotaurus uit de Griekse mythologie, een wezen dat half man was en half stier, leefde onder de grond in Kreta, in een ‘labyrint’. Kreta was een regio met vrij veel seismische activiteit, wat geregeld aardbevingen veroorzaakte. Daar moest een verklaring voor worden gevonden.

De hybridisatie van man en stier werd tegelijk een symbool voor de dierlijke en brute impulsen van mannen. Dezelfde mythologie creëerde ook de Medusa: een goddelijke vrouw met een bos slangen als haren, wier blik mensen kon verstenen. Volgens een hedendaagse feministische lezing zou ze gestalte hebben gegeven aan de bedreiging die vrouwen vormden voor het patriarchaat.

De gewelddadige heksenjachten in de middeleeuwen waren ook vaak gelinkt aan het zoeken naar zondebokken voor mislukte oogsten en ander onheil.

Interview with a Vampire © Getty / AMC / Metro Goldwyn Mayor Studios Inc

Stokers Dracula gaf aanleiding tot de mythe van de bloeddorstige vampiers, allegorische figuren die volgens recente analisten staan voor menselijke angsten, met voorop de angst voor ziektes als gevolg van seksueel losbandig gedrag. Ook reizen naar het onbekende, de groeiende macht van buitenstaanders en de blootstelling aan gevaarlijke verleidingen boezemden angst in. Er zijn aanwijzingen dat het beeld van menselijke vampiers als bleke en lichtschuwe wezens geïnspireerd was op patiënten die leden aan de bloedziekte porfyrie.

Zeemeerminnen en sirenes zijn waarschijnlijk geïnspireerd door ontmoetingen van zeelui met zeekoeien, die er wel niet echt vrouwelijk uitzien. Maar mannen die maandenlang geen vrouw te zien kregen en soms te kampen hadden met scheurbuik door vitaminetekort, wat gepaard ging met hallucinaties, zouden er in hun hoofd gemakkelijk wulpse vrouwen van gemaakt hebben.

Weerwolf

De weerwolf vindt zijn oorsprong in verhalen over mannen die besmet raakten met het dodelijke hondsdolheidvirus. Met het virus besmette wolven – en honden en vossen – gedragen zich ook compleet anders dan hun niet-zieke soortgenoten. In tijden van hongersnood moeten wolven voor veel mensen voedselconcurrenten geweest zijn. Tijdens bloedige oorlogen werden ze kadavereters en gaven ze hun aangeboren vrees voor mensen, die ze ook verliezen als ze hondsdol worden, op. De wolf lijdt nog altijd onder het negatieve imago dat hij in sprookjes en legendes kreeg, wat illustreert hoe krachtig monsterverhalen zijn.

Frankenstein © Getty / AMC / Metro Goldwyn Mayor Studios Inc

Naast Dracula is het bekendste monster in onze westerse literatuurgeschiedenis waarschijnlijk dat van Frankenstein. De Britse schrijfster Mary Shelley creëerde het in haar gelijknamige boek in 1818. Er is nog altijd wat verwarring over, want het monster heeft geen naam. Frankenstein is de naam van zijn schepper: de wetenschapper Victor Frankenstein, die het creëerde uit een mix van menselijke en dierlijke resten. De angst voor de vage grens tussen waar het dier-zijn eindigt en het mens-zijn begint, is voelbaar in het werk. Maar het monster is in feite een lelijk, zielig wezen, zonder ouders en zonder kindertijd.

Je kunt Frankenstein haast niet anders interpreteren dan als een reactie op de medische en wetenschappelijke ontwikkelingen in het begin van de 19e eeuw. Het onderscheid tussen nature en nurture (natuur en cultuur), zoals het later gelabeld zou worden, speelt daarin mee. ‘Frankenstein’ is een van de vele monsters die ontsproten zijn uit de angst voor het onbekende.

Outsider

Tegenwoordig wordt de aandacht meer gevestigd op een ander aspect van de monstercreatie. Zowel de Britse literatuurcriticus Andrew Mangham (in zijn in 2023 bij MIT Press verschenen We Are All Monsters) als de Britse historica Surekha Davies (in haar recent bij University of California Press verschenen Humans: A Monstrous History) vertrekt van het standpunt dat monsters niet in de eerste plaats gecreëerd werden om gevaren af te wenden, maar net om ze dichterbij te brengen en beter te leren begrijpen.

The Terminator © Getty / AMC / Metro Goldwyn Mayor Studios Inc

Ze stellen dat de wereld altijd vol monsters is geweest, die ons leven binnendringen via verhalen. Het klassieke ‘monster onder het bed’ dat veel kinderen bang maakt, is daar al een manifestatie van. Volgens de nieuwe inzichten zou het concept monster ook geregeld zijn opgevoerd om andere mensen te ontmenselijken, leden van minderheden, outsiders, verliezers in het systeem. Zo konden vooroordelen en zelfs geweld tegen zulke mensen verantwoord worden. Hoe het monsterbeeld werd ingevuld, zegt op die manier iets over de ontwikkelingen in de samenleving.

De zekerheid van een eenvoudig bestaan in kleine gemeenschappen waarin je zo goed als iedereen kende en waar iedereen min of meer hetzelfde dacht en deed, kwam onder druk te staan door de ontdekkingsreizen. Die confronteerden onze voorouders met mensen die er totaal anders uitzagen dan zijzelf, die anders praatten, anders aten en zich anders gedroegen. Het gaf aanleiding tot de idee-fixe dat wat je at of waar je leefde, je lichaam zou kunnen veranderen, een voor velen schrikwekkende gedachte.

Duivel

Niet zelden kreeg het monster een religieuze component. Godsdienst functioneerde als een belangrijk mechanisme om ‘het volk’ onder de knoet van ‘het gezag’ te houden. De duivel was niet weg te denken uit religieuze gemeenschappen. Duiveluitdrijvingen behoren bij ouderwetse priesters nog altijd tot het standaardpakket. De vaak nogal menselijk voorgestelde duivel, met hoorns en bokkenpoten, bezondigde zich aan alle vormen van ongewenst gedrag. Het is niet te verbazen dat duivels en heksen gemakkelijk met elkaar geassocieerd werden.

De angst voor diversiteit maakt plaats voor de vrees voor kunstmatige uniformiteit.

In de loop van de 19e eeuw veranderde het monsterbeeld geleidelijk. NAAM AUTEUR: ‘Van wilde bewoners van een vreemde wereld muteerden monsters, ooit gezien als een aberratie, naar een drijvende kracht in de evolutie van het leven. […] In een vruchtbare periode in onze geschiedenis raakten we op het juiste pad door te zien dat we allemaal verschillend zijn, en dat de natuur zulke verschillen niet alleen tolereert, maar ook nodig heeft en verdedigt.’ Met andere woorden: het concept ‘diversiteit’ stak de kop op, en zou niet meer verdwijnen.

Maar het was een hobbelig pad, met veel putten en hindernissen. Mensen die er wat ‘anders’ uitzagen, werden onderworpen aan onterende medische behandelingen of tentoongesteld op kermissen, waar ze de hoon van het publiek over zich heen kregen. De ‘freak’ is prominent aanwezig in de boeken van de victoriaanse schrijver Charles Dickens. In de ontroerende film The Elephant Man (1980) vertolkt John Hurt de 19e-eeuwse Brit Joseph Merrick, die als gevolg van een aangeboren afwijking misvormd door het leven moest, maar dankzij een begripvolle arts toch nog iets van zijn leven kon maken.

In 1894 en 1895 verscheen zelfs eventjes een apart vakblad, Teratologia, voor de beschrijving van geboorteafwijkingen, maar het werd snel afgevoerd. De markt ervoor was ‘te niche’.

Slavenhandel

De (westerse) wetenschap ging aanvankelijk mee in het interpreteren van ‘anders zijn’ als ‘minderwaardig zijn’. Die houding maakte de weg vrij voor grootschalige ontmenselijkende praktijken als de slavenhandel en de Holocaust. Ook de Rwandese genocide in 1994 was alleen mogelijk doordat extremistische Hutu-milities de in hun ogen vijandige Tutsi’s jarenlang systematisch als ‘inyenzi’ benoemden: kakkerlakken die moesten worden uitgeroeid.

Het is een standaardpraktijk van populistische politici, die vandaag weer opduikt in de Verenigde Staten van Donald Trump – migranten zijn aliens die huisdieren opeten – en het Rusland van Vladimir Poetin – Oekraïners zijn neonazi’s.

Minotaurus © Wikimedia Commons

Toch krijgen monsters de laatste tijd een substantiële make-over. Ze worden, volgens de recentste auteurs, meer opgevoerd om ons een vorm van bescheidenheid bij te brengen. Ze confronteren ons ermee dat er dingen zijn die groter zijn dan wijzelf, die buiten onze directe controle vallen, zonder dat het als een probleem moet worden beschouwd.

De monsters in onze hedendaagse cultuur, concludeerden twee wetenschappers al in 2020 in het vakblad Palgrave Communications, ‘zijn menselijker geworden dan ooit eerder in onze geschiedenis’. Ze zijn ‘sterke, veerkrachtige, creatieve en slimme schepsels’, die door hun ‘speels karakter en schijnbaar onuitputtelijke energie’ wel ‘ontwrichtend’ kunnen overkomen. Ze spelen nog altijd in op onze blijkbaar onstilbare appetijt voor horror, maar ze stimuleren ook een vorm van empathie.

Superheld

Zelfs trollen en elfen, vroeger sinistere en boosaardige wezens, komen vandaag steeds meer voor in aimabele versies. De freaks van vroeger zijn superhelden geworden, inbegrepen Wolverine als een mensvriendelijke variant van de oude weerwolf. Kinderen amuseren zich met films als Monsters, Inc. Wetenschappers speculeren over de vraag welke plaats de oorspronkelijke Elephant Man of het fictieve monster van Frankenstein vandaag in onze maatschappij zouden krijgen.

Monsters evolueerden in de verhalen van aberraties naar een drijvende kracht in de evolutie van het leven.

Een bespreking van Davies’ boek in Science vestigde de aandacht op het feit dat we tegenwoordig wel vooral monsters creëren die onze toekomst in het gedrang kunnen brengen. Het gaat dan niet in de eerste plaats om vijandige aliens uit de ruimte, die vaak gemodelleerd zijn op geheimzinnige creaturen uit de diepzee, maar om schepsels begiftigd met artificiële intelligentie, al dan niet in de vorm van Terminatorachtige robots. De computer HAL 9000 uit de film 2001: A Space Odyssey (1968) was er een voorloper van.

Een belangrijk aspect van onze angst voor AI-monsters is dat ze superieur zouden kunnen worden aan de ‘morsige’ mensheid, met haar massa individuen met elk hun eigenheid en hun karakter. Zo maakt de historisch weggewerkte angst voor diversiteit plaats voor een nieuwe angst voor kunstmatige uniformiteit. Kennelijk slagen we er telkens opnieuw in om iets te creëren wat ons collectief angst aanjaagt. Het lijkt onlosmakelijk verbonden aan ons mens-zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content