Dirk Draulans’ Beestenboel: de Amerikaanse stierkikker is een luidruchtige vreetmachine

Culinaire geplogenheden kunnen een effect hebben op onze natuur. Door de vraag naar kikkerbillen raakten Amerikaanse stierkikkers over de wereld verspreid.
De Amerikaanse stierkikkers kwamen oorspronkelijk alleen voor in het oosten van Noord-Amerika. Het zijn reuzenkikkers die gemakkelijk 20 centimeter groot kunnen worden en dus dikke billen hebben. Zelfs hun dikkoppen (hun jongen) zijn enorm naar kikkernormen: ze worden tot 15 centimeter lang. De kikkers maken veel lawaai, vooral ’s nachts – een alternatieve naam voor de soort is ‘brulkikker’.
Dierenspeciaalzaken boden ze een tijdlang als amusement aan, maar dat is in Europa sinds 2015 verboden. In ons land ontstonden de eerste wilde populaties van ontsnapte stierkikkers in de jaren 1990, vooral in de provincie Antwerpen.
De vallei van de Grote Nete is een bastion voor stierkikkers geworden – ze zijn er van de ene vijver naar de andere gehopt. Ook in Limburg en Vlaams-Brabant zijn er plekken waar stierkikkers talrijk worden.
Bioloog Teun Everts (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) en zijn collega’s beschrijven het voorkomen van de soort in ons land in een lang artikel in Natuurfocus. Ze maakten voor hun werk gebruik van een vrij nieuwe monitoringtechniek: ‘omgevings-DNA’.
Het betreft DNA afkomstig van huid, schubben, slijm of uitwerpselen van dieren, dat in water terechtkomt. Het kan gebruikt worden om een soort op te sporen zonder dat je de beestjes zelf hoeft te zoeken.
Het is zelfs mogelijk een link te leggen tussen de concentratie van dat DNA in het water en het aantal individuen van een soort. De techniek is hypergevoelig. Met één waterstaal kun je de aanwezigheid van één stierkikker in een vijver met de omvang van een olympisch zwembad detecteren.
In Vlaamse vijvers werden dichtheden van meer dan 120.000 dikkoppen van stierkikkers per hectare geregistreerd.
Stierkikkers hebben een groot voortplantingsvermogen. Vrouwtjes kunnen twee keer per jaar 20.000 eitjes produceren. Er zijn in Vlaamse vijvers dichtheden van meer dan 120.000 dikkoppen per hectare geregistreerd – dat is gigantisch veel.
Het hoeft dus niet te verbazen dat de aanwezigheid van stierkikkers ten koste kan gaan van inheemse amfibieën. Vooral salamanders hebben er last van. Stierkikkers zijn vreetmachines die een ramp kunnen zijn voor de larfjes van andere soorten (en zelfs voor de eigen dikkoppen).
Bovendien kunnen ze drager zijn van schimmels en virussen waar ze weerstand tegen ontwikkeld hebben, maar onze kikkers niet. Hun impact op onze fauna kan dus aanzienlijk zijn. Het blijkt wel mogelijk om de soort te bestrijden. Een volgehouden campagne met speciale fuiken, het tijdelijk laten leeglopen van vijvers, het uitzetten van snoeken en zelfs afschot zou de stierkikker in de Antwerpse gemeente Hoogstraten hebben uitgeroeid. Het schieten gebeurt vooral op kikkers die op pad zijn van de ene vijver naar de andere.
Elders werkte de aanpak minder goed, dus absolute zekerheid biedt hij niet. De vraag is of de soort bij ons nog wel kan worden uitgeroeid. Het valt te vrezen, gezien haar expansie. Bovendien kan het warmer worden van het weer – en dus ook van het water – de soort nog een boost geven.
Dirk Draulans’ Beestenboel: de veldspitsmuis kan zo in een reclame voor tandpasta
Beestenboel
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier