Dirk Draulans’ beestenboel: de zwarte kraai kiest voor een leven in de nabijheid van diervriendelijke mensen

© Getty Images/iStockphoto
Dirk Draulans
Dirk Draulans Bioloog en redacteur bij Knack.

Ze zijn slim, zwarte kraaien. Hun hersenen kunnen getallen tot 30 aan. Ze herkennen mensengezichten en leren met wie ze eventueel wat voorzichtiger moeten zijn. Het vakblad Current Biology toonde recent aan dat ze het concept ‘waarschijnlijkheid’ begrijpen. Ze nemen beslissingen gebaseerd op de ingeschatte kans op een beloning.

In een experimentele opstelling werden vogels (in gevangenschap) geconfronteerd met een beloningskans variërend tussen 10 en 100 procent voor een actie. Ze kozen bijna systematisch voor de actie met de hoogste kans op beloning, zelfs als die een stuk moeilijker was om uit te voeren. Ze konden het protocol ook maandenlang onthouden.

Kraaienkenners menen dat de mentale vaardigheden van kraaien vergelijkbaar zijn met die van kinderen van zeven jaar. Het hoeft dus niet te verbazen dat kraaien hun levenswijze snel kunnen aanpassen als dat nuttig is. De opvallendste trend van de jongste halve eeuw is dat ze mee verstedelijkten met de mens. Het gaf hun populatie een stevige boost, zeker in Vlaanderen. Het hielp dat ze nogal ‘onbevreesd’ in het leven staan – ze worden niet gemakkelijk bang, ook niet voor mensen.

In 2017 werd in Vlaanderen een record van meer dan 124.000 zwarte kraaien verdelgd. 

In een stad hebben kraaien meer afval en ander voedsel ter beschikking dan op een platteland dat degradeerde tot een industrieel landbouwlandschap zonder echte natuur. Ze lopen er ook minder risico op problemen met predatoren zoals de buizerd, die ook vooral een afvaleter is, en de havik, een van de weinige roofvogels die kraaien aanvallen – de jongste halve eeuw kende de havik in het buitengebied een spectaculair populatieherstel.

Bovendien zijn mensen in een stad doorgaans diervriendelijker dan op het platteland, waar ‘verdelging’ een woord is dat velen spontaan met kraaien associëren vanwege een dikwijls overdreven ingeschat effect op de landbouwproductie.  Verdelging kan enorme proporties aannemen. In Vlaanderen zouden elk jaar zo’n 100.000 kraaien verdelgd worden – het ‘record’ werd in 2017 geregistreerd: meer dan 124.000 dode kraaien.

Dat is gigantisch veel. Het Vlaamse broedbestand wordt op iets tussen de 40.000 en 70.000 koppels geraamd, of 80- tot 140.000 oudervogels. Een koppel krijgt doorgaans drie tot vier jongen, wat op jaarbasis een totaal van iets tussen de 200.000 en 420.000 kraaien in Vlaanderen geeft – kraaien zijn standvogels, dus er is weinig instroom van buitenaf. Het lijkt er dus op dat elk jaar een kwart tot misschien zelfs de helft van de Vlaamse kraaien verdelgd wordt (tenzij het kraaienbestand schromelijk onderschat is).

Desondanks heeft verdelging hoogstens een klein effect op de populatie. Een INBO-rapport concludeerde dat ‘het afschot van kraaien de populatietrends eerder volgt dan stuurt’. Met andere woorden: hoe meer kraaien er zijn, hoe meer er worden verdelgd (en niet: hoe meer er worden verdelgd, hoe minder er zijn).

Het is een klassiek euvel dat jagers en andere dierenverdelgers maar niet willen zien: dieren compenseren verliezen door meer jongen groot te brengen. Slotconclusie: de verdelging van de kraai kan beter worden afgeschaft, want ze heeft geen zin. En ze is uitermate dieronvriendelijk.

Dirk Draulans’ Beestenboel: grote spinkrabben kunnen zich als een leger over de zeebodem verplaatsen

Lees meer over:

Partner Content