Koen Geens
‘Vonnis Marine Le Pen: de Franse rechter is streng omdat de Franse wetgever streng is’
Koen Geens gaat dieper in op het recente vonnis dat deze week de Franse politiek door elkaar schudde. Boegbeeld Marine Le Pen van de uiterst rechtse partij Rassemblement National, is schuldig bevonden aan het verduisteren van Europees geld. De rechtbank heeft haar ook 5 jaar lang uitgesloten van verkiezingen. ‘Het vonnis is een toepassing van strenge wetgeving om het vertrouwen in de politiek te herstellen.’
Het vonnis dat Marine Le Pen veroordeelt wegens afwending van middelen van het Europees Parlement naar haar Franse politieke partij is streng gemotiveerd. Op het hoogtepunt van de -beweerde- fraude betrof het een bedrag van 6,5 miljoen euro per jaar.
Het vonnis is een toepassing van strenge wetgeving om het vertrouwen in de politiek te herstellen. De wetten waarop het vonnis steunt zijn in 2013, 2016 en 2017 door de Franse wetgever gestemd met grote meerderheid, om de vervolging en bestraffing van het type misbruik mogelijk te maken waaraan de socialist Cahuzac (2012) en de republikein Fillon (2017) zich hadden schuldig gemaakt.
In een rechtsstaat moeten wetgever en rechter de moed hebben om de noodzakelijke wetgeving te maken en toe te passen. Als wetgeving wordt toegepast op de énen, wordt ze ook toegepast op de anderen. Het gevaar inroepen voor de democratie om dat niet te doen, is vreemd, want het democratisch verkozen parlement heeft die wetten pas ‘gisteren’ gestemd. Of dat intrinsiek goede wetgeving is, is weer een ander verhaal, maar dat oordeel staat niet vrij aan de gewone rechter.
De onverkiesbaarheid waartoe Le Pen werd veroordeeld was door de Franse wetgever tot een semi-automatisme gemaakt. De rechter moet die met andere woorden niet opleggen bij dergelijke feiten. Maar hij kan er de veroordeelde enkel van vrijstellen als hij motiveert waarom die onverkiesbaarheid zich niet opdrong. Bij gebrek aan schuldinzicht van Le Pen was zo’n motivatie niet evident, geeft de rechtbank impliciet aan. Maar dat hoefde de rechtbank zelfs niet te doen. De sanctie werkt immers in die richting automatisch.
Een straf wordt pas definitief na bevestiging in hoger beroep. Maar ook hier maakte de wetgever van 2017 een opmerkelijke uitzondering na de zaak Fillon. Omdat de verdachte verkiezingskandidaat een tegen hem aangespannen proces in hoger beroep zou kunnen rekken tot na de verkiezingen, kan de rechter in eerste aanleg de onverkiesbaarheid bij voorraad opleggen, zonder het beroep af te wachten. Zo geschiedde, opnieuw wegens gebrek aan schuldinzicht en kans op recidive.
Tegen het vonnis staat hoger beroep open. Om dat rustig af te ronden heeft het Hof van Beroep tot zomer 2026, dat is nog ruim voor de presidentsverkiezingen van april 2027. Dus Le Pen wordt daarvan nog niet uitgesloten. Misschien was Fillon destijds slechter af, omdat hij in volle campagne door een strafonderzoek werd overvallen. Het is mogelijk dat hij daardoor de presidentsverkiezingen verloor. Het speelde in het voordeel van Le Pen wiens wandel toen ook al werd ‘onderzocht’ maar die niettemin in de tweede ronde terecht kwam tegen Macron.
De onmiddellijke uitvoerbaarheid die de rechter kan opleggen, geldt enkel de onverkiesbaarheid. Zij is vergelijkbaar met de onmiddellijke aanhouding op de zitting van een nog niet gedetineerde persoon die in eerste aanleg tot een gevangenisstraf wordt veroordeeld, met dien verstande dat daartegen doorgaans een afzonderlijk rechtsmiddel open staat. Terwijl de persoon die tot onverkiesbaarheid is veroordeeld, in Frankrijk moet wachten op het definitief arrest over de grond van de zaak. In strafzaken is zo’n onmiddellijke uitvoerbaarheid zonder afzonderlijk rechtsmiddel hoogst uitzonderlijk. De Franse wetgever was duidelijk van oordeel dat zij noodzakelijk is om vertragingsmaneuvers van de verdediging ten aanzien van het hoger beroep tot voorbij de verkiezingsdatum te vermijden.
Het strafrecht kan uit de aard niet perfect gelijk zijn. Niet iedereen wordt ‘betrapt’, de rechter beslist onafhankelijk. Wel werd de uiteindelijke veroordeling van Fillon werd grotendeels bevestigd tot in cassatie, idem dito voor Sarkozy. Beiden zoeken nu soelaas voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. En uiteindelijk moesten in het zog van Fillon destijds wegens gelijkaardige feiten ook de socialist Bruno Le Roux (nog voor de presidentsverkiezingen van 2017) en de huidige eerste minister François Bayrou (na de presidentsverkiezingen) ontslag nemen.
Het laatste woord is over deze strenge Franse wetgeving en dit even streng vonnis niet gezegd. Eén zaak lijkt inmiddels zeker. De Franse justitie neemt dit soort zaken van gebrek aan kiesheid en integriteit duidelijk heel ernstig. Op uitdrukkelijk verzoek van een al even ernstige wetgever.
Wat Marine Le Pen en het hoger beroep betreft: rendez vous in de zomer van 2026. Wat de presidentsverkiezingen zelf betref: noteer alvast april 2027.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier