‘Wat hebben rechtse politici als Trump toch met grote, kartonnen borden?’

‘Donald Trump en zijn communicatiepersoneel weten goed genoeg wat ze doen’, schrijft redacteur Tex Van berlaer.
Ik weet het: het doet er niet zoveel toe. De wereldhandel staat op zijn kop, beurzen kleuren wereldwijd bloedrood. De handelstarieven van de Amerikaanse president Donald Trump schudden de wereldorde door elkaar.
En toch: dat infobord! De beelden van Trumps toespraak op woensdag zijn overal te herbekijken. Na zo’n 20 minuten laat Trump een groot infobord aanrukken door een van zijn dienaars, minister van Handel Wilbur Ross.
‘Reciprocal tariffs’, staat er bovenaan het bord. En daaronder een chart met alle ‘wederkerige invoerheffingen’.
Trumps tarieven treffen ook België: hoe hard voelen we de klap?
China, wellicht niet toevallig helemaal bovenaan, krijgt een tarief van 34 procent. Daaronder de Europese Unie met 20 procent. Vietnam krijgt 46 procent voor zijn kiezen. Mocht u willen weten hoe die cijfers tot stand zijn gekomen, lees zeker het artikel in de Financial Times op de website van de collega’s van Trends onder de titel: ‘U gelooft niet hoe Trump aan die percentages komt’.
Let op de kleuren: de zwarte achtergrond, met balkjes die zowel wit als hemelsblauw kleuren. Uiterst rechts, in The Simpsons-geel, de tarieven die Amerika aan al die landen zal opleggen. ‘Bevrijdingsdag’ was nog nooit zo stijlvol.
Zo’n vijf minuten houdt Trump het meer dan een meter lange bord vast. Zodra hij moe wordt, is daar zijn hulpje opnieuw om het infobord over te nemen. De dienaar krijgt een open doekje.
Infantiel, onnozel, effectief
Trump en zijn communicatiepersoneel weten goed genoeg wat ze doen. De Amerikaanse president had zijn tarieven evengoed kunnen voorlezen, daar in de prachtige Rozentuin van het Witte Huis. Maar zou de boodschap dan even hard zijn binnengekomen? Voor de financiële markten wel, maar daarmee zit The Donald niet in.
Wat hebben rechtse politici toch met grote infoborden? Trump heeft ervaring. Herinner u de grafiek die hij liet zien in een persconferentie in 2020, tijdens de eerste weken van de coronapandemie. Die haalde ook ons nieuws, want België stond helemaal bovenaan qua sterftecijfer. En hoewel er bij die data meteen kanttekeningen werden gemaakt, was de boodschap helder voor de gemiddelde Amerikaan: zó slecht ging het er niet aan toe in de VS.
Een andere iconische grafiek kwam van Benjamin Netanyahu. Twaalf jaar geleden toonde hij — op kinderlijke wijze — wanneer aartsvijand Iran nucleaire wapens zou hebben. Voor de wereldleiders bij de VN hield hij een tekening omhoog van een bom, met lont en al. Zelfs een prepuber weet dat een kernbom er niet zo uitziet, maar de boodschap kwam wél over.
Veel experts en media lagen dubbel. Bibi’s tekening werd het mikpunt van spot. De grappen ‘maken misschien deel uit van het succes,’ zei een Israëlische minister destijds. ‘Vandaag heeft iedereen het erover.’
In eigen land was er de passage van Britt Huybrechts. Vorig jaar haalde de ondervoorzitter van het Vlaams Belang een groot bord boven op een verkiezingscongres. Daarop termen als ‘massale vechtpartijen’, ‘rellen met Oudjaar’, ‘vechten op openbaar vervoer’, ‘steekpartijen’ en ‘verkrachting in groep’. Aan de zaal vroeg ze telkens weer of iemand daaraan schuldig was. ‘Nee!’, klonk het iedere keer weer. De zaal zat vol ‘brave Johannessen’, en niet met ‘stoute Mohamedjes’.
Ook Javier Milei, de ultrarechtse president van Argentinië, haalt al eens graag visuele hulpmiddelen boven tijdens een toespraak. Al kiest Milei liever voor een kettingzaag dan voor een grafiekje.
Infantiel en onnozel? Zeker. Maar ook: effectief. De beelden van Donald Trump en het gekleurde infobord staan nu op ieders netvlies gebrand. Voor zijn kiespubliek zet hij visueel in de markt dat hij doet wat hij heeft beloofd. Want in elke campagnespeech ging het over de invoerheffingen, ‘het mooiste woord in het woordenboek’.
Politiek is nu eenmaal complex, niet voor niets spreken we over ‘wetstratees’. Zelfs voor politieke journalisten blijft het een uitdaging: ingewikkelde materie helder overbrengen. Toch is het nodig, zeker wanneer het belang van een liberale democratie moet worden uitgelegd.
Misschien zit daar wel een les in, ook voor politici aan de linkerzijde. Een toegankelijke boodschap is geen populisme. Eenvoudige taal hoeft niet opruiend te zijn, zoals bij Huybrechts.
Deze week is eens te meer gebleken dat ook bij Justitie heldere communicatie nodig is. De toon van de reacties op de verkrachtingszaak in Leuven was wellicht anders geweest als de persmagistraat het vonnis voor de student-gynaecologe in klare taal had toegelicht. Een infobord had zelfs niet gehoeven.
‘Dat filmpje van Elisabeth Lucie Baeten op Instagram was overtuigender geweest met nuance’
Verenigde Staten
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier