‘Voornemen om voordelen van alle aard in te perken zal grote groep bedrijfsleiders nodeloos treffen’

© Getty
Gregory Henin
Gregory Henin Productmanager tax bij SBB Accountants & Adviseurs

‘Het voornemen om de voordelen van alle aard in te perken, zal 80 procent van de Vlaamse kmo-bedrijfsleiders treffen’ schrijft Gregory Henin naar aanleiding van het nieuwe regeerakkoord. ‘Dat kan nochtans op een meer verfijnde en genuanceerde manier geregeld worden, die minder bedrijfsleiders nodeloos raakt.’

Het voornemen om de voordelen van alle aard in te perken, zal 80 procent van de Vlaamse kmo-bedrijfsleiders treffen. Dat kan nochtans op een meer verfijnde en genuanceerde manier geregeld worden, die minder bedrijfsleiders nodeloos raakt.

In het regeerakkoord van de regering-De Wever dreigt een kleine passage de grote meerderheid van de bedrijfsleiders kopzorgen te bezorgen. Het regeerakkoord stelt dat de bedrijfsleidersbezoldiging in de toekomst voor maximaal 20 procent van het jaarlijkse brutoloon uit voordelen van alle aard (VAA) mag bestaan.

Uit een analyse die SBB Accountants & Adviseurs  uitgevoerd heeft op zo’n 3.000 ingediende loonfiches met minstens één VAA, blijkt dat 80 procent van de bedrijfsleiders boven die drempel zit, en dus in de problemen kan komen. Wat echter nog niet in het regeerakkoord staat, is welke sanctie de fiscus aan de overschrijding van deze drempel zal koppelen.

Dat de regering de verloning van bedrijfsleiders minder disproportioneel wil maken door het gebruik van voordelen van alle aard te ontmoedigen, is op zich te verdedigen. Maar voordelen van alle aard meteen als een vorm van ‘misbruik’ wegzetten, is nogal kort door de bocht. Een bezoldiging die gedeeltelijk uit voordelen van alle aard bestaat, is immers niet onwettelijk.

Het is duidelijk dat de regering zich voor deze ingreep liet inspireren door de bestaande 20 procentregel die geldt voor het optimaliseren van de bezoldiging via aandelenopties. Daarvoor geldt de regel dat aandelenopties kunnen op voorwaarde dat ze beperkt worden tot 20 procent van het bruto jaarloon exclusief voordelen van alle aard. Belangrijk daarbij is dat het gaat om een belasting op een forfaitair gewaardeerd voordeel van alle aard. En met het zinnetje in het huidige regeerakkoord wordt die 20 procentregel doorgetrokken naar álle voordelen van alle aard, zonder een onderscheid te maken tussen werkelijke of forfaitaire waarde.

Als de regering de maatregel uitvoert zoals hij er letterlijk staat, zal dat voor veel bedrijfsleiders gevolgen hebben. Ze zullen noodgedwongen hun verloning moeten bijsturen.

Bedrijfswagen

Uiteraard zijn er oplossingen, maar die vragen een grondige screening en bijsturing van het verloningspakket. Concreet zullen bedrijfsleiders hun brutoloon moeten verhogen tot het vijfvoud van de voordelen van alle aard.

Wanneer een bedrijfsleider zichzelf geen loon uitkeert, maar bijvoorbeeld voor 10.000 euro in voordelen van alle aard vergoed wordt (bijvoorbeeld een uit de kluiten gewassen bedrijfswagen) zal hij door deze nieuwe regel gedwongen worden zichzelf toch een loon van 50.000 euro uit te keren. Daarmee verhoogt hij de loonkosten van zijn bedrijf aanzienlijk.

Hij kan uiteraard ook zijn voordelen van alle aard verminderen en eventueel zijn loon aanpassen tot het vijfvoudige van de voordelen. Maar ’de voordelen van alle aard verminderen is niet vanzelfsprekend. In het geval van een geleasete bedrijfswagen bijvoorbeeld zit de bedrijfsleider vast aan een contract. Dat kan niet zonder schadevergoeding stopgezet worden. Nog een andere oplossing is het afkopen van de voordelen van alle aard door de waarde ervan terug te betalen aan de vennootschap. Dat is echter een dure oplossing aangezien die terugbetaling met nettoloon moet gebeuren.

Kortom, het is logisch dat de regering disproportionele ‘voordelen van alle aard’ wil beperken om misbruiken tegen te gaan, maar dat kan op een meer verfijnde en genuanceerde manier gebeuren. Daarom stellen wij voor om het zinnetje uit het regeerakkoord aan te passen naar ‘een totale bezoldiging die voor maximaal 20 procent uit forfaitaire voordelen van alle aard mag bestaan’. Het ‘misbruik’ zit immers niet in de verkrijging van voordelen van alle aard die tegen hun werkelijke waarde gewaardeerd worden, maar in de voordelen die forfaitair gewaardeerd worden.

De forfaitaire waarde waarop de bedrijfsleider belast wordt (bijvoorbeeld voor het privégebruik van een bedrijfswagen) is immers een stuk lager dan de werkelijke waarde van het voordeel dat hij ontvangt. En dat is precies wat een forfaitair gewaardeerd voordeel van alle aard interessanter maakt dan een gewoon loon

Voordelen van alle aard die tegen hun werkelijke waarde gewaardeerd worden (bijvoorbeeld de sociale bijdragen van de bedrijfsleider die door de vennootschap betaald worden) zijn daarentegen niet voordeliger dan een gewoon loon. Betaalt de vennootschap bijvoorbeeld 5.000 euro sociale bijdragen van haar bedrijfsleider, dan wordt hij gewoon op die 5.000 euro extra belast. Van een fiscaal voordeel is dan geen sprake.

Door de toevoeging van het woord ‘forfaitair’ zouden dus veel minder bedrijfsleiders door de maatregel getroffen worden, terwijl de regering het doel van de maatregel toch bereikt.

Gregory Henin is productmanager tax bij SBB Accountants & Adviseurs.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content