Sepp Tyvaert

‘Wat willen de PVDA-jongeren eigenlijk leren in Cuba?’

Sepp Tyvaert Voorzitter Jong VLD

‘Is het naïviteit?’, vraagt Jong VLD-voorzitter Sepp Tyvaert zich af bij bezoek van Comac aan Cuba. ‘Of is deze communistische dictatuur werkelijk het soort samenleving dat men bij PVDA ook voor ons land als voorbeeld ziet?’

Zomer. Het moment om op reis te gaan. Maar waarheen? Shoppen in Milaan. Tempelhoppen in Chiang Mai. Zonnebaden of avontuurlijk gaan hiken, weg van platgetreden paden. Een vakantielief opdoen. Fijne Franse wijn of goedkope cocktails in Bodrum.

Reisbestemmingen zeggen iets over een mens. We zijn waar we gaan. Of toch een beetje. Dat is des te meer waar voor politieke partijen, wier blik in principe op het binnenland is gericht. Hun reisjes dienen voor het thuisland. Leren van buitenlandse politieke voorbeelden. Het netwerk met gelijkgezinden versterken. De dorpspolitiek tot een internationale strijd verheffen. Waar politici naartoe reizen, geeft een idee van waar ze met ons land heen willen.

Het is dan ook terecht dat deze reisjes aandacht krijgen. Soms ook kritiek. Zo was er vorige zomer veel commotie over de aanwezigheid van Jong N-VA op een rechts-conservatieve zomercampus in Polen, waarop ook de Vlaams Belang Jongeren en andere Europese extreemrechtse groeperingen uitgenodigd zouden geweest zijn.

Nu valt er weliswaar veel te bezichtigen in Polen voor politiek geëngageerde jongeren – het concentratiekamp van Auschwitz staat op mijn netvlies gebrand –, maar met de Poolse partij PiS en hun vrienden, verantwoordelijk voor de uitholling van de rechtsstaat, democratie en holebirechten in Polen, zou ik politiek niet meteen geassocieerd willen worden.

Extreemlinks, waar men er altijd in slaagt verdacht goed op extreemrechts te lijken ondanks verwoede pogingen zich van laatstgenoemden te distantiëren, was gisteren in een vergelijkbaar bedje ziek. Ditmaal: een reis van Comac, zeg maar de PVDA-jongeren, naar Cuba, één van de laatste communistische bastions waar we de schrijnende onderdrukking en economische ellende van dit mislukt maatschappijmodel kunnen aanschouwen. Toegegeven, het is een land dat ik graag ook eens zou bezoeken. Maar dan voor de heerlijke muziek en de charmante oldtimers. Niet om de Cubaanse communistische dictatuur op het schild te hijsen, zoals de Comac-voorzitter deed op sociale media.

Kennelijk zijn deze kameraden daar om te ‘leren van een bevolking die haar eigen weg zoekt, wars van het Amrikaanse (sic) imperialisme’, dixit de jongerenvoorzitter. Men vraagt zich af wat ze daar dan precies willen leren.

De ironie wil dat als Cubanen al hun eigen weg zoeken, het vaak via gammele bootjes richting die duivelse Verenigde Staten is. Zo waren dat in 2022 meer dan 200.000 mensen, op de vlucht voor harde politieke repressie en armoede. Want de situatie liegt er niet om. Cuba is een éénpartijstaat, waar vrije pers nauwelijks bestaat, kiezers maar op één vooraf geselecteerde kandidaat kunnen stemmen en fundamentele vrijheden van burgers niet door onafhankelijke rechters beschermd worden. Meer dan 70 procent van de Cubanen leeft in armoede. Politieke oppositie is verboden, dissidenten worden aangehouden, aangevallen of opgesloten. Meer dan 1.000 politieke opposanten zitten in de cel. Vaak in mensonwaardige omstandigheden.

‘Een staaltje democratie waar wij nog van kunnen leren’, tweette een ander naar Cuba afgezakt lid van Comac over dit land dat op de roemloze 139ste plaats van de Democracy Index prijkt.

Is het naïviteit? Of is deze communistische dictatuur werkelijk het soort samenleving dat men bij PVDA ook voor ons land als voorbeeld ziet?

‘Amerikaanse propaganda’

Bij de PVDA-fan met wie ik onlangs in gesprek ging op de Gentse Feesten, die mijn ngo-rapporten over Cubaanse mensenrechtenschendingen geagiteerd wegwuifde als zijnde Amerikaanse propaganda, vermoed ik het eerste. Maar wanneer ik zie hoe PVDA-parlementsleden in de bres springen om deze reis naar Cuba, en vooral het regime van dat land, te verdedigen, dan vrees ik het laatste. In elk geval is het in beide scenario’s verontrustend dat deze mensen ooit aan het roer van ons land zouden kunnen staan.

En wij? Geen ophef, roering noch consternatie bij de uitstap die we vorige week met de jonge liberalen maakten. Wij bezochten in Straatsburg het Europees Parlement. Dat imperfect, voor veel verbetering vatbaar, maar ontegensprekelijk democratisch verkozen hart van de Europese democratie. Nadien volgde een rondleiding bij de Raad van Europa, de wieg van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een diplomaat gaf er een kurkdroog relaas over hoe Rusland recent uit de Raad werd gekegeld omwille van de oorlogsagressie tegen het Oekraïense volk. Vladimir Poetin, nog zo’n leider waar mensen van zowel extreemrechts als -links dubieuze sympathieën voor koesteren.

Polen, Cuba en Straatsburg. Drie politieke reizen. Drie onderliggende wereldbeelden. Reisbestemmingen zeggen iets over een mens. Over een politieke (jongeren)partij. En over op wie je in juni best (niet) stemt indien vrijheid, democratie en mensenrechten jou dierbaar zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content