De Leraarskamer van Knack: ‘Yoga op school? Geef alle leerlingen liever tekenles’

Niet alleen moeten kunstvakken het in het secundair onderwijs met steeds minder lesuren stellen, er wordt doorgaans ook weinig belang aan gehecht. ‘Nochtans kunnen die paar uur artistieke vorming voor onze leerlingen echt het verschil maken’, zeggen vier leerkrachten uit De Leraarskamer van Knack.
Wie in het secundair onderwijs plastische opvoeding, muzische vorming, esthetica of een ander praktisch of theoretisch kunstvak geeft, moet vaak vechten om genoeg lesuren te krijgen én ernstig genomen te worden. Nochtans zijn heel wat experts het erover eens dat in contact komen met kunst en zelf creatief aan de slag gaan de ontwikkeling van kinderen en jongeren ten goede komt. ‘Het is heel eigenaardig dat we artistieke vakken nog altijd als iets aparts beschouwen, alsof dat een paar uren zijn waarin het denken wordt stilgelegd’, zei kinderpsychiater Peter Adriaenssens een paar jaar geleden op Radio 1. ‘De rijping van de hersenen tussen 0 en 25 jaar is net gediend met een brede inspiratie.’ Heeft hij gelijk? We vroegen het aan de kunstminnendste leden van De Leraarskamer van Knack.
Kris Latré (leerkracht esthetica en Nederlands): Esthetica is al jaren geen verplicht vak meer. Elke school mag zelf beslissen om het al dan niet in het lesrooster op te nemen. Het gevolg is dat ik een paar keer strijd heb moeten leveren om mijn vak te behouden. Tot vorig schooljaar is dat gelukt, maar nu krijgen de leerlingen van de derde graad alleen nog esthetica in het vijfde jaar en niet meer in het zesde. Daarnaast is er ook in andere vakken veel minder ruimte voor kunst. In mijn lessen Nederlands kon ik vroeger uitgebreid stilstaan bij literaire stromingen terwijl daar nu amper nog tijd voor is. De leerstof moet vooral praktisch zijn.
Roxanne Cox (leerkracht kunstvakken): Ik heb het geluk dat ik in het buitengewoon secundair onderwijs (buso) lesgeef, waar scholen zelf kunnen kiezen hoeveel lesuren aan de verschillende vakken worden toegewezen. Daardoor krijgen mijn klassen allemaal vier uur plastische opvoeding per week. Dat neemt niet weg dat ik altijd weer moet uitleggen dat wij echt wel meer doen dan knutselen. Net als elke andere leerkracht werk ik volgens een didactiek en moet ik leerlijnen volgen. Toch komen ze altijd bij mij aankloppen als er bijvoorbeeld een verjaardagscadeau voor iemand moet worden gemaakt. ‘Kunnen jouw leerlingen iets maken met strijkparels ofzo?’ klinkt het dan. (lacht)
Michaël Marek (leerkracht artistieke vorming): Heel herkenbaar. Bij ons op school vragen ze leerkrachten die artistieke vakken geven om met hun leerlingen foto’s voor de infobrochure te maken of een houten pop te versieren voor een antipestproject. Dan doen we met plezier, maar het voelt wel een beetje alsof ze onze lessen als een soort bezigheidstherapie zien. Terwijl ik een heel stappenplan heb uitgewerkt om mijn leerlingen echt iets bij te leren op het vlak van tekenen en schilderen. Dat zal trouwens een hele uitdaging worden nu het aantal uren artistieke vorming in de eerste graad volgend jaar wordt teruggeschroefd. Zeker omdat het nieuwe leerplan nogal theoretisch is, waardoor er veel minder ruimte is voor praktijk.
Sara Bomans (leerkracht waarnemingstekenen): Bij ons worden kunstvakken niet als minderwaardig beschouwd, maar ik geef dan ook les in een kunstschool. Wel is het veelzeggend dat de doelstellingen voor kunstvakken in de nieuwe leerplannen nogal mager zijn. Vroeger waren die heel uitgebreid en werden er concrete voorbeelden gegeven van de manier waarop de leerlingen met kleuren moeten kunnen werken en de technieken die ze moeten leren. Nu staat er vooral in dat ze moeten kunnen praten over hun beleving van verschillende cultuuruitingen en opzoekwerk moeten kunnen doen. Het voordeel is dat ik daardoor als leerkracht veel meer vrijheid heb, maar het is wel een signaal dat men kunstvakken niet zo belangrijk vindt.
Latré: In het algemeen secundair onderwijs zijn de leerdoelen van wetenschappelijke vakken veel gedetailleerder uitgewerkt dan die van een vak als esthetica. Wanneer heel uitgebreid wordt opgesomd wat leerlingen allemaal moeten kennen, is de druk natuurlijk groot om die doelstellingen ook te realiseren. Vandaar wellicht dat die wetenschappelijke vakken in veel scholen meer lesuren krijgen ten koste van onder meer esthetica.
Hoeveel belang hechten tieners zelf aan kunstvakken?
Marek: Veel jongeren staan daar echt voor open. Bij ons op school bieden we artistieke middagactiviteiten aan en die zijn altijd volzet. Ook het extra lesuur beeld waarvoor ze zich kunnen opgeven, is heel populair. Ik vind het wel jammer dat leerlingen dat alleen mogen doen als ze geen problemen hebben met andere vakken. Lukt het niet goed met Frans of wiskunde, dan hebben ze op school liever dat ze voor die vakken bijles volgen dan een extra uur beeld.
Cox: Tegenwoordig zijn er steeds meer scholen waar leerlingen over de middag kunnen mediteren of aan yoga doen. Dan moeten ze heel snel hun boterhammen opeten zodat ze op tijd klaar zijn voor die activiteit. Ze moeten zich dus haasten om even te kunnen onthaasten. Terwijl men die momenten ook gewoon in het lesrooster zou kunnen opnemen in de vorm van artistieke vorming. Tijdens die lessen gebruiken leerlingen hun hersenen op een andere manier dan bij andere vakken. Alsof iemand op de refresh-knop duwt.
Bomans: In de aso-school waar ikzelf destijds les volgde, kreeg ik vanaf het vierde jaar geen plastische opvoeding (PO) meer. Voor mij waren die twee uur per week nochtans ontzettend belangrijk. Niet alleen kon ik dan op adem komen en verdween de stress die ik bij theorievakken ervaarde, ik kon de rest van de klas ook laten zien dat er iets was waar ik in uitblonk. Het is geen toeval dat ik naar een kunstschool ben overgestapt toen die uren plastische opvoeding wegvielen. Dat zie ik vandaag ook bij ons op school: sommige leerlingen zouden een aso-richting volgen als daar ook artistieke vorming zouden krijgen. Volgens mij is dat zelfs de reden waarom onze kunstschool de voorbije jaren zo is gegroeid. Sommige leerlingen vinden in andere scholen niet waar ze behoefte aan hebben.
Latré: Dat is inderdaad een gemis in het aso. Veruit de meeste aandacht gaat naar denken en leren redeneren terwijl expressie en emoties veel te weinig aan bod komen.
Marek: Toen ikzelf destijds van de richting wiskunde-wetenschappen in het aso naar kunstonderwijs overstapte, begrepen mijn leerkrachten dat totaal niet. Mijn punten waren toch goed? Waarom dan geen aso blijven volgen? Kunstrichtingen waren in de ogen van de meeste mensen minder waard dan technische of wetenschappelijke richtingen, en dat is vandaag nog altijd zo.
Sommigen vinden dat artistieke vorming niet per se op school hoeft te worden gegeven aangezien kinderen en jongeren in hun vrije tijd genoeg mogelijkheden hebben om te leren tekenen of musiceren.
Marek: Het deeltijds kunstonderwijs is inderdaad heel succesvol, maar de academies bereiken zeker niet alle groepen in de samenleving.
Latré: Dat klopt. Als we artistieke vorming louter aan academies overlaten, zullen sommige kinderen nooit met kunst in aanraking komen.
Cox: Kunstvakken moeten gewoon in het basisaanbod zitten die elke leerling op school krijgt. Al is het maar omdat die in wezen over zelfexpressie gaan, want dat is ontzettend belangrijk in een tijd dat jongeren zich voortdurend op sociale media uiten. Tijdens de les artistieke vorming moeten ze zich afvragen wie ze zijn en hoe ze dat op anderen overbrengen. Welk deel van mijn hoofd en mijn hart laat ik aan de rest van de wereld zien? En in welke vorm doe ik dat?
‘Net nu we onze leerlingen zouden moeten leren om met een open blik naar de wereld te kijken, worden overal lesuren voor kunstvakken geschrapt.’
Bomans: Door je creativiteit te gebruiken, leer je ook anders naar de wereld kijken.
Latré: En door naar kunst te kijken en erover te praten, worden je creativiteit en je verbeelding gestimuleerd. Alleen al daarom zouden jongeren daar op school veel meer mee in contact moeten komen, want in hun vrije tijd worden ze vooral geconfronteerd met de typisch Amerikaanse informatie die ze op sociale media tegenkomen. Maar net nu we ze zouden moeten leren om met een open en brede blik naar de wereld te kijken, worden overal lesuren voor kunstvakken geschrapt. Dat kan er bij mij niet in.
Marek: Dat ze van jongsaf met tablets en gsm’s bezig zijn, heeft ook invloed op hun motoriek. Zo weten we uit onderzoeken dat met de hand schrijven beter is voor de hersenontwikkeling dan typen, maar veel kinderen oefenen hun handschrift amper nog. Vanzelfsprekend heeft dat ook gevolgen voor hun artistieke vaardigheden. Sommige leerlingen kunnen heel goed tekenen, maar er zijn er ook heel wat die nog kopvoeters op papier zetten wanneer ze bij ons op school starten. Dat is nochtans iets wat je van een kleuter verwacht en niet van een twaalfjarige. Wat ook opvalt, is dat veel jongeren niet eens Vincent van Gogh kennen, maar me wel vragen of ze hyperpigmentatie mogen tekenen, want dat kennen ze van TikTok.
Latré: Zelfs als ik bij ons in het aso de naam René Magritte laat vallen, hebben veel leerlingen geen idee wie dat is. In tegenstelling tot jongeren uit veel andere Europese landen zijn zij niet hun hele schooltijd lang, van de basisschool tot het eind van het secundair, met kunst in aanraking gekomen. Daardoor weten ze ook niet hoe ze erop moeten reageren. Kunst is vaak metaforisch, met associaties en beelden die dan weer andere beelden oproepen. Vaak kun je niet echt onder woorden brengen wat je ziet of voelt, maar dat is iets waar onze leerlingen amper op worden voorbereid.
De Leraarskamer 24-25
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier