Bestaan aso, tso en bso in het secundair onderwijs niet meer? Natuurlijk wel

Van onderwijsvormen tot finaliteiten en opleidingsvormen: wie snapt nog hoe het secundair onderwijs vandaag in elkaar zit? Een overzicht.
Zit uw kind nu in het aso of in het tso, de doorstroomfinaliteit of de dubbele finaliteit? Veel ouders snappen er geen jota meer van.
In de eerste graad van het secundair onderwijs is het nog vrij simpel: leerlingen komen er in de A-stroom (voor wie het getuigschrift basisonderwijs behaalde) of in de B-stroom (voor wie geen getuigschrift basisonderwijs behaalde) terecht.
In het derde jaar stappen ze, afhankelijk van de gekozen studierichting, over naar de doorstroomfinaliteit, de dubbele finaliteit of de arbeidsmarktfinaliteit.
Bestaan algemeen secundair onderwijs (aso), technisch secundair onderwijs (tso), beroepssecundair onderwijs (bso) en kunstsecundair onderwijs (kso) dan niet meer? Toch wel. Alleen zijn die zogenaamde onderwijsvormen nu allemaal aan een finaliteit gekoppeld. Zo’n finaliteit bepaalt wat een leerling na de middelbare school kan doen.
De finaliteit bepaalt wat een leerling na de middelbare school met zijn of haar diploma kan doen.
De doorstroomfinaliteit bestaat uit abstracte en/of theoretische studierichtingen die leerlingen voorbereiden op de universiteit of de hogeschool. Zowel in het aso als in het tso en kso zijn er opleidingen met een doorstroomfinaliteit.
Studierichtingen met een dubbele finaliteit zijn theoretisch en praktijkgericht. Ze bereiden tieners zowel voor op professionele bacheloropleidingen en graduaatsopleidingen als op de arbeidsmarkt. Onderwijsvormen met een dubbele finaliteit vind je in het tso en het kso.
In de arbeidsmarktfinaliteit worden praktijkgerichte opleidingen aangeboden, die leerlingen zo goed mogelijk klaarstomen voor de arbeidsmarkt. In het gewoon secundair onderwijs vind je die richtingen in de onderwijsvorm bso en in het buitengewoon onderwijs in opleidingsvorm 4 (buso OV4) en 3 (buso OV3).
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier