Dries Dulsster
‘Wat ‘Academische Gezelligheid’ ons écht leert: dit gaat over een systeem’
‘Wie ‘Academische gezelligheid’ echt leest, weet: dit gaat niet over een man. Het gaat over een systeem’, schrijft Dries Dulsster (UGent) na de commotie die ontstaan is over een nieuw boek van Hilde Van Liefferinge.
“Het gaat om het blootleggen van dynamieken en verhoudingen in machtsrelaties, niet om persoonlijke vingerwijzing.” Zo zet de auteur zelf de toon. En terecht.
De fixatie op het individuele gezicht verhindert dat we het grotere plaatje zien. De roman nodigt uit om te reflecteren over wat veel vrouwen meemaken op universiteiten en andere werkvloeren: grensoverschrijdend gedrag, in stand gehouden door zwijgculturen, machtsverhoudingen en structureel ongeloof.
Wie vandaag nog de aandacht blijft richten op Carl Devos, laat zich gewillig misleiden. Het sluit naadloos aan bij een vaak herhaalde kritiek op de #MeToo-beweging: dat het enkel zou draaien om het neerhalen van machtige, witte mannen. Maar dat is een narcistische lezing van diezelfde mannen. Hoe moeilijk het misschien ook is om te aanvaarden: het gaat niet altijd over hen.
Vrouwen die het stilzwijgen doorbreken, doen dat om uiteenlopende redenen—om zichzelf te beschermen, om anderen te waarschuwen, om zichtbaar te maken wat er zich achter de gesloten deuren van instellingen en organisaties afspeelt.
Hilde Van Liefferinge doorbrak een stilte, dus wat valt er uit te leren?
Structureel ongeloof
Eerst iets over de voortdurende verontwaardiging. Het “hoe-is-het-mogelijk-dat-iemand-zoals-hij?” —houdt ons gevangen in het idee dat seksueel grensoverschrijdend gedrag iets uitzonderlijks is. We willen niet nadenken over onszelf, over onze geliefden, als mensen die daartoe in staat zouden zijn. Toch wijzen alle cijfers uit dat daders meestal bekenden zijn—vrienden, partners, collega’s. We houden vast aan het idee dat ‘onze mensen’ normaal functioneren. Dat is te begrijpen. Het is bijna onvoorstelbaar dat een vriendelijke, charmante, bekende man—of vrouw—tot zoiets in staat zou zijn. Toch moeten we het ons voorstellen, want alleen dan kan er echt iets veranderen.
De reacties die na de publicatie volgden – opiniestukken, steunbetuigingen, verontwaardiging tonen de reflex om de beschuldigde haast automatisch te verdedigen. De nieuwe, compromitterende info past niet in het beeld dat we van de persoon in kwestie hadden. Gelukkig. Stel u voor dat er meteen een reactie kwam dat alles strookte met hun ervaring en ze het dus allemaal maar hebben laten gebeuren en zelf ook slachtoffer zijn. Men kan zich niet herkennen in het ‘monster’, maar het gaat er net om dat er niet zoiets is als een ‘monster’. Het probleem is dat het al te mensenlijk is. Daarbij moeten we als mens leren dat het ene beeld de mogelijkheid van een ander beeld niet uitsluit. We mogen de boodschap van het slachtoffer dan ook niet zomaar mogen wegzetten als karikaturaal of simpelweg onwaar.
Meer dan ‘ja of nee’
De roman legt ook het volgende haarscherp bloot: wat als je op een cruciaal moment “het is oké” fluistert, terwijl alles in je lichaam “nee” zegt?
Toestemming is geen eenvoudige ja-of-nee-vraag . De hoofdpersoon probeert afstand te nemen, zich af te schermen, verwijst naar zijn vrouw en kind, naar hun professionele en vriendschappelijke relatie, verstijft, heeft het gevoel boven zichzelf uit te zweven, maar knikt uiteindelijk en zegt ja. Willen we werkelijk zo ver gaan om te zeggen dat dit een ‘ja’ is? Of is het een poging om zo snel mogelijk uit een situatie te geraken waarin je je machteloos voelt? Omdat iemand blijft insisteren?
Seks zonder verlangen, zonder ruimte om te twijfelen, zonder veiligheid om te stoppen – is dat de standaard die we willen hanteren?
Alles reduceren tot een ja/nee-vraag legt de druk precies daar waar die het zwaarst is: bij degene die zich in de kwetsbaarste positie bevindt. Als de persoon geen ruimte, vertrouwen of veiligheid voelt om zich uit te spreken, wordt zwijgen foutief geïnterpreteerd als toestemming. Maar dat is geen toestemming. Consent reduceren tot ja of neen is een systeem installeren dat seksueel geweld in stand houdt.
Een geheim draag je alleen
“Jij gaat nu wel voor de rest van je leven een geheim moeten bewaren.”Het boek toont aan hoe diep die zin snijdt. Geheimen vervreemden je van jezelf en van anderen. Het verschil tussen privacy en geheimhouding is essentieel. Zoals bell hooks opmerkt: waar privacy relaties beschermt, ondermijnt geheimhouding net de verbinding.
De hoofdpersoon in de roman bezwijkt onder die last. Ze verdwijnt van de radar, geraakt overspannen, raakt geïsoleerd. Niet omdat er iets mis is met haar, maar omdat ze verbinding verliest en het systeem rond haar weigert te luisteren. Spreken blijkt zilver en zwijgen blijkt eenzaam.
Dat toont het boek ook: de institutionele reactie laat te wensen over. HR-afdelingen, interne meldpunten, tuchtcommissies – ze lijken vaker ontworpen om het imago van de instelling te beschermen, dan om slachtoffers bij te staan. Slachtoffers worden een probleem zodra ze het probleem benoemen.
Zoals Sara Ahmed schreef: “When you expose a problem, you pose a problem.” We hebben je verhaal gehoord, maar gelieve nu terug te zwijgen, zodat de beklaagde geen imagoschade ondergaat. De commissies illustreren de woorden van Audre Lorde: The masters tools will not dismantle the masters house.
De illusie van rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid, maar voor wie? Het juridische principe ‘onschuldig tot het tegendeel bewezen is’ is terecht, maar maakt de positie van het slachtoffer doorgaans nog moeilijker. Zolang we elk initiatief tot actie tegen grensoverschrijdend gedrag blokkeren met: “er is (nog) geen bewijs”, geven we feitelijk altijd de dader het voordeel van de twijfel – ten koste van het slachtoffer. In de tijd dat de onschuld juridisch nog niet is weerlegd, leeft het slachtoffer wel in een toestand waarbinnen de feiten zich wel degelijk al kunnen hebben voorgedaan. Aanvullend is het niet omdat het juridisch niet bewezen is, dat het niet waar is.
We moeten misschien een andere vraag stellen: niet alleen “kan hij gestraft worden?”, maar ook: “willen we iemand die eventueel die feiten gepleegd heeft extra macht geven?” Dat is geen vraag over schuld of onschuld, maar over een verantwoordelijkheid van de instelling. Net zomin als dat ik een beschuldigde pedofiel op een kind zou laten passen, wil ik net zomin een beschuldigde van machtsmisbruik of grensoverschrijdend gedrag meer macht geven.
Wat het boek werkelijk zegt
‘Academische Gezelligheid’ toont hoe systemisch grensoverschrijdend gedrag verankerd zit in structuren, in taal, in gewoontes. Het gaat niet over één man, maar over een cultuur en instellingen waarin zwijgen beloond wordt en spreken bestraft. Als de advocate van Carl Devos zegt dat de boekenbeurs geen nieuwe rechtszaal kan worden, dan zegt Van Liefferinge via haar boek, dat de universiteit beter geen plek wordt voor seksueel vergrijp.
De roman is een uitnodiging – geen veroordeling. Een oproep tot gesprek, tot reflectie, tot herstructurering. De echte vraag is niet of dit alles ‘waar’ is in juridische zin. De vraag is: willen we dat dit blijft kunnen gebeuren? Moeten we daar niet eens iets aan doen? Stel u voor dat we van Academische Gezelligheid naar Academische Verantwoordelijk gaan!
Dries Dulsster is klinisch psycholoog en psychotherapeut en onderwijsbegeleider aan de UGent aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, waar hij oa. Genderstudies en Seksuologie doceert.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier