Alles went, zelfs een staking. Onze reporter en ervaringsdeskundige in treinstakingen Stijn Tormans noteerde de voorbije weken enkele vaststellingen. ‘Zonder smartphone ben je reddeloos verloren.’
Het zou een goede quizvraag kunnen zijn: de hoeveelste stakingsdag op het spoor was het maandag? Zelfs een verwoede treinreiziger is de tel allang kwijt. Een paar volstrekt subjectieve dagboeknotities dan maar – elke treinreiziger is tegenwoordig ervaringsdeskundige ‘stakingen overleven’.
Eerste vaststelling: zonder smartphone ben je reddeloos verloren. De NMBS kondigt dan wel 24 uur op voorhand een uurschema aan, maar vertrouw er niet op. Onderweg vallen er opvallend veel treinen weg.
Tweede vaststelling: overdag valt het meestal nog mee. ’s Avonds is het andere koek. Niet alle treinen worden afgeschaft, maar toch opvallend meer – alsof het spoorpersoneel vooral vroeg in bed wil kruipen. Of dat ook zo is, kan de NMBS ons niet bevestigen. ‘De treindienst wordt telkens opgesteld op basis van het personeel dat aangeeft te komen werken. Dat is het criterium. Uiteraard proberen we natuurlijk zo veel mogelijk reizigers te bedienen’, zegt NMBS-woordvoerder Bart Crols.
Het medeleven van onze collega’s met een bedrijfswagen is onterecht: zo’n spoorstaking valt bij al bij al wel te overleven
Laatste vaststelling: de treinen zitten vaak overvol, al komt dat ook omdat de NMBS te weinig rijtuigen inzet. Toch hebben we veel slechtere dagen meegemaakt bij het spoor. Het medeleven van onze collega’s met een bedrijfswagen is onterecht: zo’n spoorstaking valt al bij al wel te overleven.
Wat is de mooiste trein van België? De top 11 van Knack
Forenzen
Maar misschien denken spoorkenners er anders over. Wanneer we openbaarvervoerjournalist Herman Welter contacteren, is hij toevallig in Zwitserland. Ik vraag hem of de minimale dienstverlening daar ook geldt. ‘De laatste staking bij het Zwitserse spoor dateert van 1918’, zegt hij. (De spoormensen waren daar lang ambtenaren met een staakverbod. Vandaag staat er een ‘vredesplicht’ in hun cao, nvdr)
Maar terug naar België. ‘Ik was vroeger nogal sceptisch over de minimale dienstverlening’, zegt Welter. ‘Maar nu ben ik positief. Noem het voortschrijdend inzicht. Een aantal forenzen (of pendelaars) kan nu wel naar het werk, maar een aantal mensen blijft wel in de kou staan. Vooral de zwakkeren in de samenleving worden getroffen: ze hebben geen auto of de mogelijkheid om thuis te werken. Met de beschikbare mensen wordt vermoedelijk de meest haalbare en nuttige dienstregeling gemaakt.’
Ook bij reizigersvereniging TreinTramBus zijn ze gematigd positief over de minimale dienstverlening. ‘Al spreek ik liever over een alternatieve treindienst’, zegt voorzitter Peter Meukens. ‘Een minimale dienstverlening zou veronderstellen dat er bijvoorbeeld een minimaal aantal treinen moet rijden en dat is niet zo. De omvang van de alternatieve treindienst wordt bepaald door het aantal werkwillige machinisten, treinbegeleiders en seingevers. Stel dat 90 procent van het personeel staakt, dan zullen er veel minder treinen rijden dan wanneer er 65 procent werkwilligen zijn. Dat verklaart waarom de NMBS in de stations omroept dat de alternatieve treindienst van dag tot dag kan verschillen.’
Meukens merkt dat ‘ze moeite doen om tot een samenhangende treindienst te komen, die ervoor zorgt dat nagenoeg alle grote assen minstens één keer per uur bediend zijn. Dat neemt niet weg dat er secundaire lijnen zijn met maar enkele of zelfs zo goed als geen ritten op een dag.’
Het lijkt alsof er ’s avonds meer treinen wegvallen, alsof het spoorpersoneel vroeg in bed wil.
‘Het systeem respecteert het stakingsrecht en is tegelijk fair tegenover werkwillig NMBS-personeel en reizigers. Dat past perfect bij ons standpunt dat drie rechten in evenwicht tot elkaar moeten staan: het recht op staken, het recht op werken en het recht om vervoerd te worden’, aldus de voorzitter van TreinTramBus.
Blok erop
Toch blijft er iets steken. Vroeger legde de vakbond tijdens stakingsdagen de blok erop: er reed gewoon geen enkele trein, maar dan was het meestal ook gedaan. Zorgt die alternatieve treindienst er niet voor dat er meer stakingsdagen zijn? ‘Ik weet niet of daar een oorzakelijk verband is’, zegt Meukens, ‘maar feit is dat de vakbonden er zelfs op een algemene stakingsdag als maandag niet meer in slagen om de boel helemaal plat te leggen. Wij zullen de laatsten zijn om dat erg te vinden.’
Over de treinen met te korte samenstellingen, is Meukens dan weer helemaal niet te spreken. ‘Als maar de helft of minder van alle treinen rijdt, is het voor de NMBS niet moeilijk om de resterende ritten met een ruim aantal rijtuigen uit te voeren. Op sommige momenten blijkt dat nog steeds niet te lukken. Daar kunnen we weinig begrip voor opbrengen.’
‘N-VA en MR zien spoorstakingen vooral als een argument voor meer marktwerking’